15 oktober 2019

Kamerbrief over voorgenomen wetswijziging Turboliquidatie van rechtspersonen

Op 7 oktober 2019 heeft minister Dekker de Tweede Kamer geïnformeerd over een in voorbereiding zijnde wetswijziging op het gebied van turboliquidatie van rechtspersonen. Het doel van de beoogde wetswijziging is om de positie van schuldeisers bij een turboliquidatie te verbeteren. Verder dienen de nog voor te stellen maatregelen bij te dragen aan de transparantie en verantwoording bij deze vorm van ontbinding.

In de huidige (summiere) wettelijke regeling is niets geregeld over transparantie of verantwoording richting de schuldeisers van de rechtspersoon waarop een turboliquidatie wordt toegepast. Het risico op misbruik bij turboliquidaties is daarom aanzienlijk. Recent heeft de Belastingdienst een cijfermatige analyse uitgevoerd naar (turbo)liquidaties, met als doel een nadere inschatting te maken van de aard en de omvang van ‘misbruik’ bij (turbo)liquidaties. Bij deze analyse over de jaren 2010 tot en met 2016 blijkt dat de turboliquidatie in voornoemde periode ten aanzien van 184.181 rechtspersonen is toegepast. Dat aantal is fors hoger dan het aantal reguliere ontbindingen (32.268) en faillissementen (42.267) die in die periode zijn uitgesproken. Hoewel de cijfers geen uitsluitsel geven over daadwerkelijke misbruikgevallen, zijn bepaalde risico-indicatoren zoals het niet-deponeren van jaarstukken, aandeelhouders- en bestuurderswisselingen vlak voor de ontbinding en de inschrijving van de rechtspersoon op een niet bestaand adres, naar verhouding aanzienlijk meer aanwezig bij turboliquidaties dan bij gewone ontbindingen.

De turboliquidatie

De wet voorziet in de mogelijkheid van een ‘snelle’ ontbinding, dat wil zeggen een ontbinding zonder formele vereffeningsfase. Dit is anders dan bij de ‘gewone’ ontbinding, omdat er dan een vereffenaar wordt aangesteld die verplichting is rekening en verantwoording over de vereffening af te leggen en overigens in dat kader ook andere wettelijke verplichtingen heeft. Indien ten tijde van de ontbinding enige baten ontbreken, houdt de rechtspersoon op te bestaan (2:19 lid 4 BW). Deze ontbindingsvorm wordt ook wel ‘turboliquidatie’ genoemd. Een vereffeningstermijn na ontbinding ontbreekt, alsook de aanstelling van een vereffenaar, omdat er geen baten zijn en er niets meer valt te vereffenen. Het moment van ontbinding valt in dat geval direct samen met het moment waarop de rechtspersoon ophoudt te bestaan. Bij het toepassen van de turboliquidatie worden geen nadere eisen gesteld aan de verantwoording over het ontbreken van baten of de afwezigheid van schulden. Het bestuur doet enkel opgave bij de Kamer van Koophandel (KvK) van het feit dat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan en verzoekt om uitschrijving uit het handelsregister. De turboliquidatie wordt daarom beschouwd als een snelle, eenvoudige en goedkope wijze om een rechtspersoon op te heffen.

Beoogde maatregelen

Volgens de minister is het van belang dat schuldeisers zich een beter financieel beeld kunnen vormen van de rechtspersoon waarop een turboliquidatie is toegepast. Een van de voorgestelde maatregelen is de verplichting voor het bestuur tot het opstellen en deponeren van een slotbalans, vergezeld van een verklaring van het bestuur waarom baten ontbreken. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister. Het is ook aan het bestuur om zorg te dragen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding zonder vereffening. Bij de bekendmaking wordt vermeld dat de slotbalans met de jaarrekening ter inzage liggen bij het handelsregister. Tot slot moeten vóór de doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn, tenzij daarvoor een ontheffing op basis van artikel 2:394 lid 5 BW geldt. Zo kunnen schuldeisers aan de hand van de jaarrekeningen, de slotbalans en de bestuursverklaring een beeld krijgen van het financiële verloop binnen de rechtspersoon. Op basis van deze informatie kunnen schuldeisers vervolgens afwegen of zij op de voet van artikel 2:23c BW verzet aantekenen tegen de turboliquidatie en de rechtbank verzoeken om de vereffening te (her)openen, het ontbindingsbesluit aanvechten of het bestuur van de ontbonden rechtspersoon aansprakelijk stellen.

De door de minister beoogde maatregelen zijn welkom voor de praktijk. Door de verplichting om de jaarrekeningen van de verstreken boekjaren en een slotbalans op te stellen en te deponeren, blijven crediteuren niet in het ongewisse als het gaat om de financiële gang van zaken binnen de rechtspersoon voorafgaand aan de liquidatie. Daarmee wordt een grote stap gezet om (verder) misbruik bij turboliquidaties te voorkomen. Naar verwachting wordt het voorontwerp van wetswijziging in de loop van 2020 voor consultatie aangeboden.

Vragen

Vragen over turboliquidatie of andere onderwerpen uit het insolventierecht? Neem contact op met Wim van Meegdenburg via w.vanmeegdenburg@lgga.nl of via 0172-503250, of een van de andere specialisten in insolventie, financiering en zekerheden.

Auteur
Mr. A.W. (Wim) van Meegdenburg

Advocaat

Bel Wim van Meegdenburg