07 april 2020

Overheden: voorkom een dwangsom bij niet-tijdig beslissen

Het Corona-virus heeft een grote impact op de samenleving. Ook bestuurlijk Nederland heeft te kampen met de gevolgen hiervan. Ondanks deze hectische tijden zullen er alsnog tijdig beschikkingen moeten worden genomen. Gebeurt dat niet, dan kan de overschrijding van beslistermijnen financiële gevolgen hebben. In een eerder blog beschreven wij onder welke omstandigheden het overschrijden van wettelijke beslistermijnen kan leiden tot onrechtmatig overheidshandelen. Los van eventuele aansprakelijkheid, kan niet-tijdig beslissen ook tot gevolg hebben dat een bestuursorgaan dwangsommen verbeurt. Hoe zit het ook alweer met dwangsommen bij niet-tijdig beslissen? En welke omstandigheden hebben tot gevolg dat een bestuursorgaan geen dwangsom verbeurt?

Dwangsommen bij trage besluitvorming

Om burgers een effectief rechtsmiddel te bieden tegen te trage besluitvorming door de overheid is in de Algemene wet bestuursrecht ("Awb") een dwangsomregeling opgenomen (paragraaf 4.1.3.2. Awb). De dwangsomregeling bepaalt – kortgezegd - dat wanneer een bestuursorgaan niet tijdig een beschikking geeft op een aanvraag, het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het in gebreke is. De hoogte van de dwangsom is daarbij gelimiteerd tot ten hoogste 42 dagen (artikel 4:17 lid 1 Awb). Deze dwangsomregeling geldt alleen indien sprake is van een beschikking op een aanvraag of een beslissing op bezwaar.

Wanneer is sprake van niet-tijdig beslissen?

In situaties waarin de wettelijke beslistermijn is afgelopen, is er weinig discussie over de vraag of er niet-tijdig is beslist. In dat geval is er bij overschrijding van die wettelijke beslistermijn namelijk niet tijdig beslist. Indien er geen wettelijke beslistermijn geldt, moet het bestuursorgaan beslissen binnen een redelijke termijn (artikel 4:13 lid 1). Wanneer is sprake van een redelijke termijn? De algemene regels in de Awb over een redelijke termijn bieden houvast voor een antwoord op die vraag (artikelen 4:13 en 4:14). Daaruit volgt dat een redelijke termijn in ieder geval is verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven en de aanvrager niet binnen die acht weken in kennis heeft gesteld binnen welke redelijke termijn een beschikking tegemoet kan worden gezien.

Ingebrekestelling

Een voorwaarde voor een belanghebbende om aanspraak te maken op de dwangsom, is dat de belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke stelt (artikel 4:17 lid 3 Awb). Daarvoor is het van belang dat de belanghebbende het bestuursorgaan duidelijk aanspoort om alsnog een bepaald besluit te nemen. Wat is de eerste dag waarover het bestuursorgaan een dwangsom is verschuldigd? Dat is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de beslistermijn is verlopen en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.

Corona: een omstandigheid op grond waarvan geen dwangsom is verschuldigd?

De Awb is duidelijk: er zijn drie omstandigheden op grond waarvan geen dwangsom is verschuldigd (artikel 4:17 lid 6 Awb). Er is geen dwangsom verschuldigd indien 1) het bestuursorgaan onnodig laat in gebreke is gesteld, 2) de aanvrager geen belanghebbende is, of 3) de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. In de Awb is geen bepaling opgenomen op grond waarvan een crisissituatie (zoals de situatie die is ontstaan als gevolg van het Corona-virus) tot gevolg heeft dat geen dwangsom is verschuldigd bij niet-tijdig beslissen.

Het is daarom ook in deze hectische tijden van belang te voorkomen dat tijdig een beslissing wordt genomen. De Awb biedt de mogelijkheid om de termijn voor het geven van een beschikking op te schorten (artikel 4:15 Awb). Uit die bepaling volgt onder andere dat de termijn van het geven van een beschikking kan worden opgeschort zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven (artikel 4:15 lid 2 Awb). Om van overmacht te spreken moet het in ieder geval gaan om een onmogelijkheid om te beslissen die veroorzaakt wordt door abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten toedoen van het bestuursorgaan zelf. Daarnaast moeten deze omstandigheden ook buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan liggen. Zo volgt uit de jurisprudentie dat ziekteverzuim en administratieve of organisatorische problemen binnen de invloedsfeer van het bestuursorgaan een beroep op overmacht niet rechtvaardigen. Met betrekking tot de coronacrisis lijkt het erop dat sprake is van een abnormale en onvoorziene omstandigheid buiten toedoen van het bestuursorgaan zelf en die mogelijk ook buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan ligt. Hoe daarover wordt geoordeeld door de bestuursrechter is ten tijden van het schrijven van dit blog nog niet bekend.

Denk vooruit!

Ook in tijden van corona is het van belang dat overheden de wettelijke beslistermijnen in de gaten houden. Lukt het niet om tijdig een beslissing te nemen? Bekijk dan of er mogelijkheden zijn om de beslistermijnen op te schorten. Daarover zal het bestuursorgaan afspraken moeten maken met degene die door middel van een aanvraag het bestuursorgaan heeft verzocht een beschikking te geven. In het bijzonder bij de vergunning van rechtswege (lex silencio positivo) is oplettendheid van het bestuursorgaan van belang. Indien de beslistermijn niet wordt opgeschort, kan dat namelijk tot gevolg hebben dat het bestuursorgaan dwangsommen verbeurt. De hoogte van de dwangsom varieert: de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 35,- per dag. De hoogte van de dwangsom is weliswaar gelimiteerd (ten hoogste 42 dagen) maar kan toch neerkomen op een totaal van € 1.442,-.

 

Contact

Voor vragen kunt u contact opnemen met Lizzy Augustinus, of een van onze andere specialisten van Team Overheden. Zij staan u graag te woord.

Auteur
Mr. L.C.E. (Lizzy) Augustinus

Advocaat

Bel Lizzy Augustinus