06 juli 2021

Wibra mag personeel de min-uren als gevolg van corona laten inhalen

Wibra is vanaf 15 december 2020 dicht geweest in verband met de coronamaatregelen van de overheid. Als gevolg van de winkelsluiting heeft het personeel minder gewerkt. Het flexibele personeel heeft daarom min-uren opgebouwd. De FNV vindt het onredelijk dat Wibra haar personeel nu verplicht om deze min-uren in te halen. Daarom vordert zij in kort geding een verbod op het inhalen van min-uren. Gisteren deed de rechtbank Gelderland uitspraak.

Basisuren met meer- en min-uren

In de arbeidsovereenkomsten van Wibra is de cao Retail Non-food van toepassing verklaard. Op basis daarvan kunnen werkgever en werknemer een flexibele inzet afspreken. Dat houdt in dat in de arbeidsovereenkomst wordt vermeld hoeveel uur de werknemer gemiddeld per week werkt (de basisuren).

Binnen een bandbreedte van + en – 35% kan van het aantal basisuren worden afgeweken. Dat houdt in dat de werkgever de werknemer kan vragen maximaal 35% minder of meer te werken per week. Daarmee bouwt de werknemer meer- of min-uren op. Na 12 maanden wordt de balans opgemaakt: meer-uren worden dan uitbetaald en min-uren komen te vervallen (en komen dus voor rekening en risico van Wibra).

Standpunt FNV

De FNV stelt dat het personeel van Wibra – als gevolg van de opgebouwde min-uren door de coronamaatregelen – structureel extra uren moeten werken, waarvoor zij niet worden betaald. In de woorden van de FNV moet het personeel ‘gratis’ uren inhalen en dat is onredelijk.

Rechter: inhalen min-uren mag

De rechter verwerpt het standpunt van de FNV en stelt Wibra in het gelijk. De verschillende argumenten van de FNV worden besproken en weerlegd:

  • De voorzieningenrechter meent Wibra niet in strijd met artikel 7:628 BW handelt. Dit artikel bepaalt dat de werknemer recht heeft op loon als er niet wordt gewerkt, tenzij de oorzaak van het niet-werken voor rekening van de werknemer dient te komen. De werknemers van Wibra hebben echter iedere maand hun reguliere salaris ontvangen op basis van het aantal basisuren in de arbeidsovereenkomst, ook al werkten zij minder dan het aantal basisuren. Bovendien heeft Wibra zelfs een opslag van 5% op het salaris toegekend ter compensatie van de coronamaatregelen. De werknemers hebben dus conform artikel 7:628 BW salaris ontvangen, ook al werd er niet (volledig) gewerkt.
  • De FNV betoogde in de procedure dat de cao-regeling alleen is bedoeld voor ‘piek- en ziek-uren’ en niet voor het structureel schrijven van min-uren door een situatie als de coronapandemie. De voorzieningenrechter is het met de FNV eens dat de cao-partijen bij het opstellen van de cao waarschijnlijk geen rekening hebben gehouden met een nationale winkelsluiting op last van de overheid. Uit de cao volgt echter niet dat de flexibele inzet alleen is bedoeld voor piek en ziek. Er zijn verschillende grenzen in de cao opgenomen voor het inhalen van min-uren: daaruit kan worden afgeleid dat de regeling voorziet in het opvangen van substantiële pieken en dalen, zo lang die grenzen maar in acht worden genomen.
  • Daarnaast meent de FNV dat Wibra in strijd met het goed werkgeverschap handelt door enerzijds gebruik te maken van de NOW en anderzijds haar personeel min-uren laat inhalen. Dit argument wordt ook verworpen. Wibra heeft de NOW volledig aangewend voor het betalen van het salaris van haar personeel. Dit is juist precies in lijn met de bedoeling van de NOW.
  • Tot slot oordeelt de voorzieningenrechter dat het inhalen van min-uren niet tot onaanvaardbare resultaten zal leiden. Volgens Wibra heeft slechts een klein deel van het personeel meer min-uren opgebouwd dan gemiddeld en moet het personeel gemiddeld genomen in 2021 maar 40 minuten per week extra werken om de min-uren in te halen. Dat is niet onaanvaardbaar.

Denk vooruit

Een terechte uitspraak, zo menen wij. Het personeel van Wibra heeft gedurende de gehele winkelsluiting het basissalaris ontvangen, ook al zijn er minder uren gewerkt. Het is daarom niet onredelijk om van het personeel te vragen die minder gewerkte uren – binnen de grenzen van de cao – op een later moment in te halen.

Wat betekent deze uitspraak voor andere ondernemers? Deze uitspraak is niet één op één toe te passen op andere ondernemers. Of u min-uren kunt verrekenen is afhankelijk van de cao en arbeidsovereenkomst. Een arbeidsrechtspecialist kan hier advies over geven.

Contact

Voor vragen kunt u contact opnemen met mr. Annemiek Varkevisser, of een van onze andere specialisten van de sectie Arbeidsrecht. Zij staan u graag te woord.

Auteur
Mr. A.W.A. (Annemiek) Varkevisser

Advocaat

16 juni 2022

De klachtplicht in het arbeidsrecht

Stel, een werkgever betaalt een onjuist aantal overuren uit. Op grond van de klachtplicht moet de werknemer daarover tijdig klagen. Doet hij dat niet, vervalt zijn aanspraak op uitbetaling van die overuren. De klachtplicht werd in het arbeidsrecht zelden toegepast. Recent heeft het hof Amsterdam hier een uitspraak over gedaan. In deze podcast bespreken we wanneer een beroep op de klachtplicht in het arbeidsrecht kan slagen.
Bel Annemiek Varkevisser