11 juli 2022

De jaarrekening; een bron voor steunvorderingen? - Wouter Vlasveld voor HERO

Onze kantoorgenoot Wouter Vlasveld becommentarieerde voor HERO (Herstructurering & Recovery Online) – een online uitgave van M.A.D.Lex – een uitspraak van Rechtbank Rotterdam. In de uitspraak lijkt de rechtbank schuldeisers te hulp te schieten met een overweging over het gebruik van een jaarrekening in een faillissementsprocedure.

Een link naar het blog vindt u hier of lees het artikel hieronder.

Voor het aanvragen van een faillissement is het nodig een steunvordering op te voeren. Dit kan in sommige gevallen een lastige opgave zijn. Schiet de Rechtbank Rotterdam schuldeisers te hulp?

Het aanvragen van het faillissement is betrekkelijk eenvoudig. Degene die het faillissement van een ander aanvraagt, moet aantonen dat hij een vordering heeft op de schuldenaar, dat er naast die vordering nog meer vorderingen op de schuldenaar bestaan, dat in elk geval één van de opgevoerde vorderingen opeisbaar is én dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij is opgehouden te betalen. De toets die de rechtbank dient aan te leggen wanneer zij te oordelen heeft over een faillissementsverzoek is daarbij slechts een summierlijke. Een faillissementsverzoek beslaat vaak ook niet meer dan een aantal pagina’s; meestal wordt gebruik gemaakt van een eenvoudig model. Geregeld blijkt voor een schuldeiser het opvoeren van een steunvordering toch een lastige opgave. Een gemiddelde schuldeiser heeft immers geen inzage in de administratie van de schuldenaar. Een ‘rondje langs de velden’ door middel van het aanschrijven van deurwaarders en incassokantoren met de vraag of men een dossier heeft lopen waarin een opdrachtgever van dezelfde schuldenaar iets te vorderen heeft, biedt soms soelaas. Rondvraag bij concurrenten of branchegenoten is niet altijd aantrekkelijk, maar kan ook de gewenste informatie geven. Tot slot is er nog de beproefde methode van het aanschrijven van de Belastingdienst. De Belastingdienst zou inmiddels wat minder scheutig zijn met het reageren op dergelijke verzoeken, maar mijn eigen recente ervaring is dat van een gewijzigd beleid geen sprake is en de Belastingdienst bevestigt of er fiscale schulden zijn.

Als al deze opties de gewenste steunvordering niet opleveren; wat dan? Pogingen de Hoge Raad om te laten gaan en het pluraliteitsvereiste te verlaten zijn de afgelopen jaren gestrand. Er is nog wel eens getracht vorderingen (gedeeltelijk) te cederen zodat de vereiste pluraliteit van schuldeisers zou worden bereikt. Dergelijke acties zijn echter terecht van de hand gewezen, zie bijvoorbeeld vorig jaar nog door het Hof Arnhem-Leeuwarden.

In een kwestie die onlangs aan de Rechtbank Rotterdam werd voorgelegd, beriep de aanvrager van het faillissement van Info Image Hard- en Software B.V. zich voor een steunvordering op de jaarrekening van Info Image waaruit een aanzienlijke langlopende schuld bleek van EUR 308.945. De aanvrager voerde daarnaast ook nog aan dat Info Image erkende dat sprake was van vorderingen aan ABN AMRO Bank, de Belastingdienst en een leasemaatschappij.

Info Image verweerde zich tegen het verzoek tot het uitspreken van haar faillissement door onder andere te stellen dat geen sprake was van pluraliteit van schuldeisers. De vordering van de Belastingdienst zou een vordering op een andere entiteit betreffen, de schuld aan de leasemaatschappij was inmiddels voldaan en ABN AMRO Bank had slechts een gebruikelijke rekening-courantvordering waarop maandelijks door Info Image werd afbetaald. De langlopende schuld was bij de advocaat van Info Image blijkens de uitspraak niet bekend.

De rechtbank oordeelt aan de hand van de vordering van de aanvrager van het faillissement en de rekening-courantvordering van ABN AMRO Bank dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers. De rechtbank baseert haar oordeel dat er meerdere schuldeisers zijn niet alleen op het bestaan van deze vorderingen, maar ook op de langlopende schuld die is opgenomen in de jaarrekening van Info Image. De rechtbank oordeelt dat het verweer dat de vordering Info Image niet bekend was onvoldoende gemotiveerd was en passeert daarmee dat verweer.

Dat de rechtbank haar oordeel mede baseert op de langlopende schuld uit de jaarrekening van Info Image is wat mij betreft opmerkelijk. Dat van pluraliteit sprake was, volgde immers al uit het feit dat vordering van de aanvrager wat de rechtbank betreft vaststaat en dat sprake is van een vordering van ABN AMRO Bank. Daarnaast werd door de aanvrager van het faillissement een beroep gedaan op een jaarrekening over het jaar 2020; een jaarrekening die anno juni 2022 niet meer (volledig) relevant zal zijn voor de financiële situatie van Info Image.

Dat een beroep werd gedaan op een oude jaarrekening is niet gek, aangezien de jaarrekening over 2020 de nieuwste jaarrekening zal zijn die door Info Image werd gepubliceerd. Dat de rechtbank aan die jaarrekening de conclusie verbindt dat er sprake is van een vordering op Info Image is in mijn optiek wél vreemd. Wellicht was de schuld inmiddels wel al afgelost of betrof het een vordering die mogelijk niet zou kunnen hebben bijgedragen aan het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van opgehouden hebben te betalen – te denken valt bijvoorbeeld aan een achtergestelde vordering die pas bij liquidatie van Info Image hoefde te worden voldaan. Uiteraard was het logisch of aan te bevelen geweest een uitgebreider verweer op de betreffende vordering te geven, maar niet ondenkbaar is dat de aanvrager pas ter zitting met de bewuste vordering op de proppen kwam en Info Image ‘met de mond vol tanden stond’. Een steunvordering wordt immers pas vaak ter zitting bekend gemaakt om je als aanvrager van een faillissement niet te veel in je kaarten te laten kijken. Mogelijk wordt hier door de rechtbank in feite gevolg gegeven aan het feit dat – zo maak ik althans op uit de uitspraak – Info Image niet zelf ter zitting verscheen, maar . Daarmee wordt mijns inziens echter wel heel ruimhartig met de eis ‘summierlijk’ omgegaan.

Deze uitspraak zal waarschijnlijk wel in stand blijven nu een hoger beroep gezien de in de uitspraak genoemde bedragen niet kansrijk lijkt en een hoger beroep tegen een faillissement sowieso vaak een onhaalbare kaart blijkt. Dit betekent dat schuldenaren erop bedacht moeten zijn dat als steunvordering in een faillissementsprocedure vorderingen uit (oude) jaarrekeningen kunnen worden opgevoerd en dat zij in een dergelijk geval die vorderingen onderbouwd moeten betwisten. Voor schuldeisers is deze uitspraak koren op de molen. Zij kunnen immers met een jaarrekening in de hand betogen dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers en daarmee een schuldenaar (verder) onder druk zetten.

Contact

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem gerust contact op met mr. Wouter Vlasveld via 071-5163607 of w.vlasveld@lgga.nl, of een van onze andere specialisten. 

Bel Wouter Vlasveld Bel 071-5124443