Top 3 gezochte pagina's

Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
12 juli 2021

Bestuursrechter toetst niet langer ambtshalve tijdigheid bezwaar

De bestuursrechter beoordeelt niet langer ambtshalve (uit zichzelf) de tijdigheid van een bezwaar. Hetzelfde geldt in hoger beroep voor de tijdigheid van het beroep. Dit volgt uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in een zogenoemde gemengde kamer d.d. 9 juli 2021.

Hoe was het?

Tot de uitspraak van 9 juli 2021 was het vaste rechtspraak van zowel de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de vraag of een bezwaar- of beroepschrift tijdig was ingediend, een kwestie van openbare orde is. Dat betekent dat de bestuursrechter deze vraag altijd uit zichzelf zal moeten beoordelen. Dus ook als het bestuursorgaan een bezwaar ontvankelijk had geacht, diende de bestuursrechter te beoordelen of dit wel terecht was. Ook als hier in de procedure niets over was aangevoerd.

Hoe is het nu?

In de uitspraak van 9 juli 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in een zogenoemde gemengde kamer, bestaande uit de voorzitters van de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, geoordeeld dat niet meer ambtshalve zal worden beoordeeld of een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend. Als het bestuursorgaan een bezwaar ontvankelijk heeft geacht, dan zal de bestuursrechter dus niet meer uit zichzelf beoordelen of dit terecht was.

Let wel!

Als in beroep of hoger beroep wordt aangevoerd dat een bezwaar of beroep ten onrechte ontvankelijk is geacht, dan zal de bestuursrechter nog steeds moeten beoordelen of dit het geval is. Voorts dient het bestuursorgaan en de bestuursrechter nog steeds uit zichzelf te beoordelen of het bij hem ingestelde bezwaar of (hoger) beroep tijdig is ingediend.

Volgens de uitspraak van 9 juli 2021 blijft immers buiten twijfel dat de wettelijke bepalingen over de tijdigheid van een bezwaar- of beroepschrift dwingend van aard zijn. Dat betekent dat de instantie waarbij het rechtsmiddel is ingesteld, de tijdigheid van dat rechtsmiddel moet beoordelen en in geval van een niet-verschoonbare termijnoverschrijding het rechtsmiddel niet-ontvankelijk moet verklaren.

Blijf derhalve alert op de termijnen voor het instellen van bezwaar en beroep en vergeet niet - indien dit in uw belang is - de bestuursrechter te wijzen op een niet-tijdig ingediend bezwaar- of beroepschrift.

Contact

Voor vragen kunt u contact opnemen met Coline Norde of één van onze andere specialisten van het Team Overheid. Zij staan u graag te woord.