28 maart 2017

Bescherming projectvennootschap geen garantie meer

Ondernemers die zich bedienen van projectvennootschappen om zo hun aansprakelijkheid te beperken/voorkomen, dienen zich (nogmaals) achter de oren te krabben. Althans, dat is de conclusie die getrokken kan worden uit een recent arrest van de Hoge Raad.

Afgelopen vrijdag 24 maart 2017 bevestigde de Hoge Raad het oordeel dat een bestuurder van een projectvennootschap aansprakelijk kan zijn als hij nalaat voldoende middelen in deze projectvennootschap in te brengen om diens verplichtingen na te kunnen komen. Dat geldt ook voor de verplichting tot schadevergoeding als gevolg van onregelmatige beëindiging of onrechtmatige ontbinding van overeenkomsten door deze projectvennootschap.

Dat een projectvennootschap in de regel leeg is, kan volgens de hoogste rechter een relevante omstandigheid zijn in het kader van het leerstuk van bestuurdersaansprakelijkheid. De maatstaf uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. Beklamel Ontvanger/Roelofsen) geldt onverkort.

Wanneer een bestuurder weet of redelijkerwijze behoort te begrijpen dat de (project)vennootschap haar verplichtingen niet na kan komen en/of heeft bewerkstelligd dat de verplichtingen niet worden nagekomen en de projectvennootschap geen verhaal zal bieden bij niet nakoming, dan kan sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt en aansprakelijkheid van de betreffende bestuurder.

Voor meer informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen met de sectie Ondernemingsrecht van La Gro Advocaten, Mathijs Arts, telefoon 0172-503250, e-mail marts@lagrolaw.nl.