29 maart 2017

Compensatie transitievergoeding niet voor januari 2019 ingevoerd

Afgelopen najaar heeft minister Asscher het wetsvoorstel dat de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid regelt naar de Raad van State gezonden voor advisering. Het wetsvoorstel regelt de compensatie voor de kosten van de transitievergoeding voor de werkgever bij een uitdiensttreding na langdurige ziekte. De compensatie moet worden verstrekt door het UWV vanuit het algemene werkloosheidsfonds, de door werkgevers te dragen uniforme premie zal naar verwachting hierdoor stijgen.

De hoogte van deze compensatie is niet hoger dan de transitievergoeding waarop een werknemer recht zou hebben na de periode van 104 weken óf indien dat bedrag lager is, het bedrag gelijk aan het tijdens ziekte aan de werknemer betaalde loon.

De beoogde invoeringsdatum was 1 januari 2018, waarbij de maatregel terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 zou hebben.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2018 niet zal worden gehaald. Er wordt nu uitgegaan van een invoeringsdatum van 1 januari 2019. De minister verwacht dat de gevolgen daarvan beperkt zijn, omdat de terugwerkende kracht van het voorstel teruggaat tot 1 juli 2015 en dus – indien de wet wordt ingevoerd- ook van toepassing zal zijn op de vergoedingen die worden betaald in de periode 1 januari 2018 tot 1 januari 2019.

De Raad van State heeft in haar recente advies over dit wetsvoorstel (dat werd gepubliceerd op 24 maart 2017) gevraagd om dit voorstel te heroverwegen, omdat zij verwacht dat de vergoedingsregeling relatief kostbaar zal zijn om uit te voeren en veel van het UWV zal vergen. (Demissionair) Minister Asscher heeft in zijn reactie op het advies d.d. 16 maart 2017 te kennen gegeven dat het kabinet geen aanleiding ziet om de voorgestelde vergoedingsregeling te heroverwegen.