Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
Bezig met zoeken...
12 maart 2020

Werktijdverkorting door Corona? Dan ook geen loondoorbetaling.

De maatregelen die in Nederland en de rest van Europa worden getroffen om de verdere verspreiding van COVID-19 in te dammen, worden steeds ingrijpender; de gevolgen voor de economie en de bedrijvigheid worden steeds meer voelbaar. Branches als de reiswereld, maar ook standbouwers zitten in de voorhoede van bedrijven die de gevolgen ervaren, maar daarbij zal het hoogstwaarschijnlijk niet blijven.

Uitgangspunt is dat werkgevers de eigen ondernemersrisico’s dragen. Dat geldt in beginsel ook voor de gevolgen van verminderde bedrijvigheid.

Werktijdverkorting

Werkgevers die getroffen worden door een bijzondere situatie als gevolg waarvan in een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 weken minstens 20% van de aan de werkgever ter beschikking arbeidscapaciteit niet kan of naar verwachting niet zal kunnen worden benut, kunnen werktijdverkorting aanvragen. Als de vermindering van de bedrijvigheid naar verwachting langer zal duren dan 24 weken, zal geen ontheffing worden verleend. Werktijdverkorting kan alleen worden aangevraagd voor een werknemer waar werkgever een loondoorbetalingsverplichting heeft (niet zijnde vakantie en/of arbeidsongeschiktheid). Ook voor oproepkrachten met een nulurencontract en uitzendkrachten kan dus geen werktijdverkorting worden verkregen.

Aanvraag

  • Een aanvraag dient te worden gedaan bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via deze link. Daarbij dient ook een lijst van de werknemers te worden gevoegd voor wie de werktijdverkorting wordt aangevraagd.
  • Na de vergunningverlening – die in beginsel terugwerkt tot het moment waarop de aanvraag daartoe is ingediend – dient het UWV door de werkgever te worden geïnformeerd.
  • Na de periode waarvoor de vergunning is verleend – 6 weken – dient de werkgever bij het UWV de WW-uitkering aan te vragen.

Doorbetalen of toch niet?

Anders dan op veel websites wordt vermeld hoeft de werkgever nadat de vergunning is verleend het loon over de uren die niet zijn gewerkt vanwege de buitengewone omstandigheid niet aan de werknemer door te betalen. Dat is anders als er een betalingsplicht geldt op grond van een cao of de arbeidsovereenkomst (hetgeen vrijwel nooit zo zal zijn, maar wel noodzakelijk om te checken).

Belangrijk daarbij is dat de werkgever een deugdelijke administratie (op dagbasis en op werknemersniveau) moet bijhouden waarin de gewerkte en niet-gewerkte uren ten gevolge de buitengewone omstandigheid zijn geregistreerd aan de hand waarvan door het UWV kan worden gecontroleerd of de werkgever correct gebruik heeft gemaakt van de regeling.

De achteraf te verkrijgen WW-uitkering over de conform de voor de vergunning opgegeven en ook daadwerkelijk niet gewerkte uren komt de werkgever toe; dit bedrag dient werkgever natuurlijk wel aan de werknemer door te leiden.

De werktijdverkortingsvergunning kan in beginsel driemaal worden verlengd; de verlenging dient steeds door de werkgever te worden aangevraagd.

Als de werkgever de regeling onjuist toepast, kan het UWV strenge sancties (w.o. verval van de hele regeling) opleggen.

Meer informatie

Indien u worstelt met een mogelijke aanvraag voor werktijdverkorting en/of specifieke vragen heeft, kunt u natuurlijk steeds contact opnemen met mr. Gerard Zuidgeest via 0172- 50 32 35 of g.zuidgeest@lgga.nl of één van onze arbeidsrechtspecialisten.

mr. drs. Gerard Zuidgeest: 0172- 503235 of g.zuidgeest@lgga.nl

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.