Interessant voor u

Top 3 gezochte pagina's

Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
Bezig met zoeken...
13 januari 2020

De IB-ondernemer en alimentatie: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Stel dat u als zelfstandig ondernemer wordt aangesproken om kinder- of partneralimentatie te betalen. Dan moet er beoordeeld worden of u dat kunt betalen (draagkracht).

De draagkracht wordt berekend op basis van het inkomen van de alimentatieplichtige. Is hij of zij in loondienst, dan blijkt diens inkomen uit onder andere de loonstroken en is dus eenvoudig vast te stellen. Dat is anders als de alimentatieplichtige een IB-ondernemer is. In het verleden behaalde resultaten bieden immers geen garantie voor de toekomst.

IB-ondernemer

Een IB-ondernemer is een zzp’er, een ondernemer met een eenmanszaak, een vof of een maatschap. Diens inkomen bestaat uit winst uit de onderneming. Winst kan echter jaarlijks fluctueren. Bovendien is op het moment dat de draagkracht van een ondernemer moet worden vastgesteld in feite alleen de behaalde winst over de afgelopen jaren bekend. Immers de in de toekomst te behalen winst is op dat moment (nog) onzeker.

Draagkrachtberekening

Toch moet de draagkracht van de IB-ondernemer berekend worden. Dat kan als volgt:

De te verwachten beschikbare winst is dus het inkomen van de ondernemer waarop diens draagkracht wordt gebaseerd. Dat is een schatting van de bedragen die naar verwachting (na de ingangsdatum van de alimentatie) aan de onderneming kunnen worden onttrokken. Er moet een deugdelijke prognose van het te verwachten bedrijfsresultaat worden gemaakt. Het inkomen mag bovendien niet op zo'n hoog bedrag worden geschat of vastgesteld dat de continuïteit van de onderneming daardoor in gevaar zou komen. Want dat zou er alleen maar toe leiden dat zowel de alimentatieplichtige als de alimentatieontvanger uiteindelijk met lege handen staan.

De ondernemer moet inzicht verschaffen in zijn bedrijfsvoering en zijn actuele financiële situatie. Dat doet de ondernemer door in ieder geval de laatste drie definitieve jaarrekeningen inclusief kasstroomoverzichten, belastingaangiften en -aanslagen te verstrekken, want die stukken helpen bij het maken van een prognose. Maar daarnaast moeten er ook zoveel mogelijk gegevens aangeleverd worden waaruit de actuele omstandigheden van het bedrijf blijken en de te verwachten ontwikkelingen in de nabije toekomst, zoals te verwachten noodzakelijke investeringen.

Te hoge berekening

Toch gebeurt het geregeld dat de rechter het inkomen van de ondernemer uitsluitend berekent op het gemiddelde van de in eerdere jaren behaalde winstbedragen, met het risico dat de alimentatiedraagkracht wordt gebaseerd op inkomen dat niet (meer) realistisch is. Dat het heel belangrijk is dat de ondernemer ook de stukken overlegt waarmee hij zijn verwachtingen voor de toekomst onderbouwt, bleek nog maar eens uit de navolgende casus waarover het hof Den Haag oordeelde.

De man en de vrouw waren 36 jaar gehuwd geweest. Zij waren samen vennoten in een VOF geweest die na de scheiding alleen door de man werd voortgezet als eenmanszaak.De rechtbank had de alimentatiedraagkracht van de man "louter" berekend op de gemiddelde jaarwinst over de drie achterliggende jaren. Dat leidde tot een partneralimentatie van

€2.087,00 bruto per maand.

De man ging daartegen in beroep. Ter onderbouwing van zijn inkomen waarop zijn alimentatiedraagkracht berekend diende te worden, verstrekte hij niet alleen de meest recente jaarrekeningen, maar tevens onder andere een begroting van de actuele liquiditeit van de onderneming en een brief van zijn huisbankier waarin de krappe liquiditeitspositie van het bedrijf werd bevestigd en de bank bezorgd was of het bedrijf wel zou kunnen voortbestaan. Zo moest de man een extra medewerker in dienst nemen om de onderneming te kunnen voortzetten, ofwel hogere kosten en daardoor minder winst. De vrouw was het daar niet mee eens en verweet de man onder meer dat hij te hoge bedragen voor huishoudgeld en andere uitgaven uit de onderneming onttrok, waardoor hij bewust de liquiditeitspositie van het bedrijf zou beïnvloeden.

Oordeel door het hof

Het hof oordeelde in deze zaak dat de berekening van het inkomen van de ondernemer op de gemiddelde winst over de voorafgaande jaren alleen past in de situatie dat het bedrijf over een "buffervermogen" beschikt waarmee een periode kan worden overbrugd wanneer het financieel minder gaat en dat voldoende is om de nodige bedrijfsinvesteringen te doen. Als dat "buffervermogen" er niet is, moet volgens het hof het inkomen van de alimentatieplichtige vastgesteld worden op het bedrag dat feitelijk in de onderneming beschikbaar is. Het hof berekende dat o.b.v. de jaarrekening en de kasstroom. Het hof hanteerde daarbij het " voorzichtigheidsbeginsel" en volgde de man in zijn winstprognose die lager was dan het gemiddelde van de in de afgelopen jaren behaalde winst. Daarbij speelde een rol dat de bank de continuïteit van de onderneming ter discussie heeft gesteld. Het hof oordeelde dan ook dat de man geen draagkracht had voor partneralimentatie, zodat de alimentatie op nul werd gesteld. De uitkomst verschilde dus enorm van de eerdere uitspraak van de rechtbank, die daarmee kwam te vervallen.

Denk vooruit

Voor het berekenen van het inkomen van de ondernemer voor het betalen van alimentatie is het dus essentieel dat er volledige inzage wordt gegeven in de behaalde bedrijfsresultaten, de liquiditeitspositie, maar ook van de winstverwachting. Deze financiële stukken moeten bovendien goed worden onderbouwd. Als gespecialiseerde familierechtadvocaten zorgen wij voor die goede onderbouwing. Wij kennen de relevante en recente rechtspraak op het gebied van alimentatierekenen en beschikken bovendien over de proceservaring om een goede inschatting van uw positie bij de rechter te maken.

Zo nodig werken wij nauw samen met de bedrijfsaccountant en -bankier om alle informatie op tafel te krijgen die nodig is om voor de ondernemer een deugdelijke en duurzame berekening van diens alimentatiedraagkracht te kunnen maken. Uiteindelijk zijn zowel de alimentatieplichtige als de alimentatieontvanger daarmee immers gediend. Maar ook als u aanspraak wilt maken op alimentatie en uw ex-partner heeft een eigen bedrijf kunnen wij u bijstaan.

Contact

Neem contact op met Maya Perfors of een van de andere specialisten in familierecht door een e-mail te sturen naar familie@lgga.nl of te bellen naar 071-5124443.