4 februari 2019

Franchiserecht: Pas op met afspraken over prijzen en klanten

Ter bescherming van de franchiseformule worden in een franchiseovereenkomst vaak afspraken opgenomen over prijzen en afbakening van activiteiten per regio. Tot op zekere hoogte zijn deze afspraken toegestaan, maar als grenzen worden overschreden en afspraken meer en meer tussen franchisenemers onderling gelden, kan een flinke boete van de mededingingsautoriteiten volgen.

Boete ACM

Op 23 oktober 2018 heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven opgelegde boetes van in totaal zo’n € 12,5 miljoen in stand gelaten. De boetes waren door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) opgelegd aan een aantal textielwasserijen. Deze wasserijen waren franchisenemers, maar tevens aandeelhouders van de franchisegever (“de formule”). Zij hadden ook invloed op toelating van nieuwe deelnemers en de verdeling van rayons. Daarover voerden de franchisenemers ook gezamenlijk overleg.

De ACM vond dat dergelijke samenwerkingsafspraken niet meer enkel de formule beogen te beschermen, maar veel verder gaan dan dat en daarmee een inbreuk maakten op het kartelverbod.

Oordeel Rechtbank

De wasserijen hebben zich op het standpunt gesteld dat de samenwerkingsafspraken onder de groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten zouden moeten vallen. Verticale overeenkomsten zien op samenwerking tussen leveranciers enerzijds en afnemers anderzijds. De wasserijen vonden dat hun afspraken op die manier geïnterpreteerd moesten worden.

Zowel de Rechtbank in eerste instantie als het College in hoger beroep zijn niet met dit standpunt meegegaan. Geoordeeld is dat de samenwerking tussen de textielwasserijen en de tussen hen gemaakte afspraken voornamelijk betrekking hadden op horizontale afspraken, zodat de groepsvrijstelling niet van toepassing was. Met andere woorden: het betrof vooral een samenspel van concurrenten onderling, die elkaar bovendien aanspraken op naleving van de verplichtingen, zoals de rayonverdeling.

Normaliter ligt rayonverdeling en aanspreken tot naleving binnen de invloedsfeer van de franchisegever, die losstaat van de franchisenemer(s). Deze uitspraak laat zien dat het van belang is om dat onderscheid goed te handhaven. Wanneer franchisenemers, die feitelijk elkaars concurrenten zijn, onderling afspraken maken over prijzen en afbakening van activiteiten per regio, is er een grote kans dat deze afspraken niet door de beugel kunnen. Dat levert dan schending van het kartelverbod op met enorm hoge boetes tot gevolg.

Contact

Advies nodig over franchiserecht? Neem contact opnemen met mr. Angela Mekes via 070-7900 133 of a.mekes@lgga.nl, of een van onze andere specialisten.

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.