Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
15 juni 2020

Gedoogplicht: schadeloosstelling en/of gebruiksvergoeding?

Op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht heeft de rechthebbende die op grond van een gedoogbeschikking een leiding in zijn grond moet gedogen aanspraak op vergoeding van schade. Met de komst van de Omgevingswet komt de Belemmeringenwet Privaatrecht, even als een groot aantal andere sectorale wetten waarin regelingen voor gedoogplichten zijn opgenomen, te vervallen.

Nieuwe wettelijke grondslag voor oplegging van gedoogplicht

Hoofdstuk 10 van de Omgevingswet biedt straks de nieuwe wettelijke grondslag voor oplegging van een gedoogplicht. Van rechtswege of bij beschikking. Bij de oplegging van een gedoogbeschikking bij beschikking heeft de rechthebbende onder de vigeur van de Omgevingswet aanspraak op een volledige vergoeding van schade, telkens wanneer zich schade voordoet. De onder de Belemmeringenwet en de Waterwet ontwikkelde jurisprudentie behoudt zijn betekenis. Zie daarover onder andere mijn publicatie Leidingen gedogen? Schade vergoeden!

Zou echter de wetgever niet hebben voorzien in de mogelijkheid om een gedoogplicht bij beschikking af te dwingen, dan zou de leidinglegger of andere initiatiefnemer afhankelijk zijn van de medewerking van de grondeigenaar. Hoewel een gedoogplicht uitsluitend kan worden opgelegd ten behoeve van een werk van algemeen belang, sluit dat algemene belang niet uit dat het werk mede een commercieel belang dient. Indien is voorzien in een werk dat mede voorziet in een commercieel doel, is niet uitgesloten dat de eigenaar in het vrije handelsverkeer een vergoeding voor het medegebruik zou bedingen. Tegen die achtergrond is op grond van een Amendement van de kamerleden Bisschop en Ronnes in een toegevoegd artikel 13.3e van de Omgevingswet bepaald dat de rechthebbende onder bepaalde voorwaarden aanspraak heeft op “een redelijke gebruiksvergoeding”.

Aanspraak op vergoeding

De regeling vult de aanspraak op vergoeding van schade aan en bepaalt tegelijkertijd dat de aanspraak op een eventuele gebruiksvergoeding slechts bestaat voor zover die vergoeding niet is inbegrepen in de vergoeding van de schade waarop de rechthebbende aanspraak heeft. Indien over de gebruiksvergoeding geen overeenstemming wordt bereikt kan de rechthebbende de bevoegde civiele rechter verzoeken de gebruiksvergoeding te bepalen.

De aanspraak op een gebruiksvergoeding bestaat echter slechts in uitzonderlijke gevallen. Zij is bijvoorbeeld niet van toepassing indien de initiatiefnemer van het te gedogen werk een netbeheerder is als bedoeld in de Elektriciteitswet. Deze beperking roept vragen op, omdat het in de vrije markt voor de vraag of de eigenaar een vergoeding voor medegebruik zou bedingen, niet uitmaakt of de initiatiefnemer een netbeheerder is of – bijvoorbeeld – een toevallige exploitant van een windmolenpark. In beide gevallen is immers sprake van een inbreuk in het eigendomsrecht. Het verschil tussen de inbreuk van een hoogspanningsmast of van een windturbine op het eigendom rechtvaardigt bovendien dit onderscheid niet.

Voorgestelde Omgevingsregeling

Artikel 13.3e lid 2 van de Omgevingswet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over toepassing van de gebruiksvergoedingsregeling en de hoogte van de gebruiksvergoeding. Deze ministeriële regeling is de Omgevingsregeling. Het daartoe voorgestelde hoofdstuk 14 van de Omgevingsregeling is op dit moment in consultatie.

In de voorgestelde regeling wordt een formule geïntroduceerd die als volgt luidt:

gebruiksvergoeding = grondoppervlakte x grondwaarde x jaarlijks verondersteld rendement van de grond.

  • De grondwaarde is in de regeling gedefinieerd als de marktwaarde per vierkante meter van de grondoppervlakte, uitgaande van de prijs die tot stand zou zijn gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen een redelijk handelende verkoper en een redelijk handelende koper, uitgaande van het bestaande gebruik van de onroerende zaak.
  • De regeling omschrijft het jaarlijks verondersteld rendement van de grond als een forfaitaire rendementsfactor van 2%.
  • Door middel van deze formule is de gebruiksvergoeding derhalve met name afhankelijk gesteld van een regio-afhankelijke marktwaarde.

Omgevingsregeling in de praktijk

De vraag werpt zich op of een wettelijke aanspraak op een gebruiksvergoeding van invloed is op de inhoud van minnelijk overleg ter voorkóming van de oplegging van een gedoogplicht. Daarbij is een niet onbelangrijk gegeven dat de minnelijke overeenstemming over een gebruiksvergoeding eventuele inkomensschade wellicht tot op zekere hoogte kan compenseren.Een bredere werking van de regeling zou in zoverre dus ook kunnen bijdragen aan een sterkere bevordering van minnelijke overeenstemming ter voorkoming van de oplegging van een gedoogplicht omdat eigenaars dan wat meer armslag zouden hebben wanneer zij redelijke, marktconforme voorwaarden willen verbinden aan het medegebruik.

Meer informatie

Heeft u vragen over gedoogbeschikkingen of schadeloosstelling bij belemmering of ontneming van eigendom? Neem gerust contact op met Arjan van Delden (a.vandelden@lgga.nl of 0172-503250).

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.