23 mei 2017

Hoge Raad bevestigt gebruikelijke samenwerking in reisbranche

De gemiddelde consument die bij een reisbureau zijn all-inclusive vakantie boekt naar Spanje, Griekenland, Turkije of een stedentrip naar Praag, zal niet stilstaan bij de wereld achter het boeken van de reis. Hij heeft alleen van doen met het reisbureau en kan daar met zijn vragen en klachten terecht. Op de vraag met wie de consument op vakantie gaat noemt die ook vaak de naam van het reisbureau en niet de naam van de touroperator.

Agentuurovereenkomst
Het reisbureau boekt namens de consument echter de reis bij de touroperator. Juridisch geldt de verhouding tussen het reisbureau (volgens de wet: een handelsagent) en de touroperator (volgens de wet: reisorganisator) als een agentuurovereenkomst. De agentuurovereenkomst is de overeenkomst waarbij de agent op vaste basis bemiddelt in de totstandkoming van overeenkomsten voor zijn opdrachtgever. Meestal trekt de opdrachtgever baat uit de inspanningen van de agent door middel van duurzame relaties met de klanten. Een goed voorbeeld vormen de telecomproviders: door de inspanningen van de belwinkels worden abonnementen afgesloten en vaak verlengd. In de regel wordt de (eind)klant dan ook klant van de opdrachtgever. De agent mag verder niet over de klant beschikken en deze aan het einde van de agentuurovereenkomst niet meenemen naar een eventuele nieuwe opdrachtgever.

Goodwillvergoeding
Om daar tegenwicht aan te bieden, bepaalt de wet (Artikel 442 Burgerlijk Wetboek Boek 7) dat de opdrachtgever bij beëindiging van de agentuurovereenkomst in beginsel een goodwillvergoeding aan de agent verschuldigd is. Deze wordt berekend over de (blijvende) meerwaarde die de agent voor de opdrachtgever heeft gerealiseerd. De berekening vindt volgens vaste rechtspraak plaats in drie fases.

In de eerste fase dienen de voordelen die transacties met door de agent aangebrachte klanten de opdrachtgever opleveren, berekend te worden. Vervolgens moet in de tweede fase beoordeeld worden of reden bestaat het aldus vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid, waarbij met alle omstandigheden rekening moet worden gehouden, maar waarbij met name gelet wordt op de door de handelsagent gederfde provisie. Hieruit kan zowel een verhoging als een verlaging van het in de eerste fase vastgestelde bedrag volgen. Ten slotte wordt in de derde fase getoetst of het uit de twee eerdere berekeningsfasen volgende bedrag het wettelijke maximumbedrag (namelijk: de vergoeding van één jaar, berekend over het gemiddelde van de aan de beëindiging voorafgaande vijf jaren) niet te boven gaat.

Corendon versus Prijsvrij
Wat te doen, als de klanten (zoals gebruikelijk in de reisbranche) echter bij de reisagent blijven en niet gesproken kan worden van (blijvende) meerwaarde voor de opdrachtgever? Dat speelt in de reisbranche, waar de reisagent zich als eigenaar van de klantgegevens beschouwt en de reisorganisator zich de gegevens niet mag toe-eigenen. Over deze kwestie procedeerden reisorganisator Corendon en reisagent Prijsvrij.

Eindoordeel Hoge Raad
De Hoge Raad gaf op 19 mei 2017 zijn eindoordeel. De Hoge Raad oordeelde dat voordat aan de bedoelde berekening van de goodwillvergoeding kan worden toegekomen, de agent aannemelijk zal moeten maken dat zijn opdrachtgever van door hem aangebrachte klanten, of van klanten waarmee hij de overeenkomsten heeft uitgebreid, nog in relevante mate nieuwe transacties kan verwachten. Daarin slaagde Prijsvrij niet. Het is namelijk niet aannemelijk gemaakt door Prijsvrij dat klanten bij het type reizen waarom het in dit geval gaat, hun keuze baseren op de touroperator en niet op de prijs. Bovendien beschikt Corendon niet over adresgegevens van de klanten van Prijsvrij waarmee zij zich (door marketing) een voordeel kan verschaffen. Een hard gelag voor Prijsvrij (die in eerste aanleg van de kantonrechter een zeer aanzienlijk bedrag aan goodwill toe gewezen had gekregen), maar wel een bevestiging van de verhoudingen tussen reisagent en touroperator in de reisbranche.

Mr Nick de Leeuw en Mr.drs. Jan Spanjaard