28 maart 2017

Hoge Raad handhaaft vereiste van steunvordering voor faillietverklaring

Verzoekster heeft op basis van een (onherroepelijk) arbitraal vonnis een vordering op verweerster ad € 2.116.242,34 (in hoofdsom). Nadat verzoekster vergeefs heeft getracht het vonnis te executeren, heeft verzoekster verzocht om verweerster in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen op de grond dat niet is gebleken van pluraliteit van schuldeisers.

Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de door verzoekster aangevoerde omstandigheden onvoldoende grond zijn om een uitzondering te maken op de voor faillietverklaring noodzakelijke voorwaarde van pluraliteit van schuldeisers. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Het cassatieberoep strekt er in de kern toe om de Hoge Raad te doen terugkomen van het krachtens zijn vaste rechtspraak voor het uitspreken van een faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft (zie laatstelijk HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1681 , NJ 2014/407 ). Het onderdeel betoogt dat in het kader van een faillissementsaanvraag slechts de vraag beantwoord moet worden of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen (art. 1 lid 1 Fw en art. 6 lid 3 Fw), waarbij pluraliteit van schuldeisers geen noodzakelijke voorwaarde is.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding van zijn vaste rechtspraak terug te komen. De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, vindt volgens die rechtspraak zijn rechtvaardiging hierin, dat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. In dit verband is mede van belang dat voornoemd doel ook in het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht tot uitgangspunt wordt genomen, en dat het pluraliteitsvereiste hierin niet ter discussie wordt gesteld. Dat de wetgever het pluraliteitsvereiste onderschrijft, blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van het in 2012 ingevoerde art. 212ha Fw. (Zie voor een en ander de conclusie van de Advocaat-Generaal ECLI:NL:PHR:2017:41 onder 2.32-2.33.)

Mr. M.P. (Miranda) van Eeden-van Harskamp – La Gro Advocaten