Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
Bezig met zoeken...
31 januari 2020

Specialist blijft in dienst van ziekenhuis

Eind december 2019 besteedden EenVandaag en andere media uitgebreid aandacht aan een specialist van het Radboudumc die niet goed zou functioneren als gevolg waarvan de zorg niet aan de kwaliteitseisen zou hebben voldaan. Zowel een interne commissie als de Inspectie Gezondheidszorg doen onderzoek hiernaar. In de tussentijd was de werkgever, het Radboudumc, al overgegaan tot het indienen van een ontbindingsverzoek. De kantonrechter deed op 20 december 2019 uitspraak.

Werkgever heeft op grond van verwijtbaar handelen of nalaten de ontbinding aangevraagd. Voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat deze grond niet voldoende voldragen zou zijn, had het ziekenhuis verzocht om de arbeidsovereenkomst dan te ontbinden op basis van een verstoorde arbeidsverhouding. Bovendien was de werkgever van mening dat aan werkneemster in geen geval een transitievergoeding diende te worden toegekend.

Wat was de situatie?

In het voorjaar van 2019 heeft een jaargesprek plaatsgevonden waarin een aantal aandachtspunten voor de werkneemster waren benoemd. In juni 2019 volgde een nieuw gesprek waarin duidelijk was dat werkgever zich zorgen maakte over het functioneren van werkneemster. Partijen hebben vervolgens gesproken over een verbetertraject dat overigens niet echt van de grond is gekomen.

Er is ook melding gemaakt van mogelijk disfunctioneren van werkneemster bij de Commissie Onderzoek met het verzoek een onafhankelijk en objectief onderzoek in te stellen naar het functioneren van werkneemster. Deze Commissie heeft onderzoek gedaan en heeft in september 2019 geadviseerd dat er sprake is van disfunctioneren en adviseert een verbetertraject. Dat advies is door het ziekenhuis niet gevolgd. Inmiddels was werkneemster op 26 augustus 2019 op non-actief gesteld.

Werkgever heeft de eerdergenoemde ontbinding aangevraagd. Werkneemster werd onder andere verweten dat zij haar registratieverplichtingen niet behoorlijk heeft nageleefd, dat zij heeft gelogen over deze registratie bij het invullen van een formulier in juli 2017 en de bevindingen van het afdelingshoofd tijdens de non-actiefstelling.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende reden bestaat voor een ontbinding op basis van verwijtbaar handelen of nalaten. Daarbij speelt onder andere een rol dat de werkgever gedurende langere tijd wist van het feit dat werkneemster niet (juist) geregistreerd was en dat eerder niet als ernstig heeft beoordeeld. Wel begrijpt de kantonrechter dat er sprake is van mogelijk disfunctioneren, maar dat dit nog wordt onderzocht, zodat dat de kantonrechter daar verder niet zoveel mee kan. Het disfunctioneren is geen grondslag voor het ontbindingsverzoek (nog los van de vraag of dat nu al een voldragen grond zou opleveren). Ook wordt er geen ontbinding toegewezen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter acht de arbeidsverhouding (nog) niet duurzaam verstoord.

Hoe nu verder?

Deze werkneemster blijft vooralsnog in dienst. Het is echter wel de vraag of partijen naar aanleiding van de ontstane situatie nog met elkaar door kunnen.

Uit deze zaak blijkt ook maar weer dat het van groot belang is om als werkgever direct te handelen op het moment dat je de werknemer een serieus verwijt meent te moeten maken. Daarnaast is het van belang om de juiste grondslag te kiezen voor een ontbinding en ervoor te zorgen dat er een goed dossier ligt. Wellicht dat de cumulatiegrond hierbij nog een belangrijke rol gaat spelen de komende tijd.

Contact

Advies nodig over arbeidsrecht? Neem contact op met mr. Ingeborg van Dongen via 0172-503235 of i.vandongen@lgga.nl, of een van onze andere specialisten.

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.