21 januari 2019

Voorstel franchisewet: stijlbreuk met de bestaande praktijk

Op 12 december 2018 publiceerde de wetgever een nieuw wetsvoorstel om franchiseovereenkomsten te reguleren. Dit was ook in het regeerakkoord beloofd. Deze belofte werd gedaan, nadat een eerder wetsvoorstel werd afgeschoten door deskundigen op franchisegebied. Het eerdere voorstel was te eenzijdig, want strekte tot volledige bescherming van de franchisenemer en daarom niet aanvaardbaar. Het nieuwe wetsvoorstel maakt die situatie niet beter. Daar komt bij dat het wetsvoorstel een radicale breuk met de bestaande franchisepraktijk vormt. Tijd om stil te staan bij het wetsvoorstel. Dit voorstel is nu in consultatie, dus is nog niet de bestaande praktijk. Het is aan de praktijk om een reactie op het wetsvoorstel in te dienen.

Waarom de wet?

De franchisebranche is groot. Circa 825 franchiseformules houden zo’n 30.950 franchiseondernemingen aan de gang. De sector biedt werkgelegenheid aan 300.000 personen en jaarlijks gaat € 30 miljard in franchiseondernemingen om. Franchise is dichterbij dan menigeen denkt. McDonald’s, Albert Heijn, Jumbo, Texaco, Hema, Intertoys en De Beren zijn slechts enkele voorbeelden van franchiseketens. Bij zoveel franchiseondernemingen en -ketens is het onvermijdelijk dat er misstanden plaatsvinden. En dat gebeurt ook: franchisegevers die iets teveel gouden bergen beloven of wurgcontracten aan de franchisenemers opleggen. Denk hierbij aan het schandaal rondom Bakker Bart van enkele jaren geleden. De wetgever heeft paal en perk aan excessen willen stellen en een wetsvoorstel uitgevaardigd. Dit wetsvoorstel gaat uit van de veronderstelling dat er veel misstanden zouden bestaan in franchiseland en dat deze misstanden kunnen worden opgelost door strenge wetgeving, die vooral verplichtingen aan franchisegevers oplegt. Een cijfermatige onderbouwing ontbreekt. Hoeveel misstanden zijn er? Hoe bont maken de franchisegevers het? Tevergeefs worden het wetsvoorstel en de toelichtende stukken doorgespit op dit punt.

Echter, er zijn ook franchisenemers die een potje van hun onderneming maken en nakoming van een overeenkomst niet nodig vinden. Dit onderdeel wordt niet aangepakt in de wetgeving. Daarbij kent de wetgever wel erg weinig zelfreinigend vermogen toe aan de branche. Bakker Bart heeft na het eerdere schandaal haar bedrijfsvoering omgegooid en geldt nu als nette franchisegever.

Wettelijke verplichtingen vormen stijlbreuk met bestaande praktijk en rechtspraak

Het wetsvoorstel beslaat elf artikelen over franchise. Vijf daarvan zijn gewijd aan de informatieplicht. Zo moeten franchisegever en franchisenemer elkaar inlichten over de eigen financiële positie en knelpunten waar zij in de aanloop naar en tijdens de uitvoering van de franchiseovereenkomst tegenaan lopen. Deze plicht bestaat ook al onder het huidige recht. Nieuw zijn de verplichtingen die op de franchisegever rusten om de franchisenemer te laten weten of er al eerder een franchisenemer in de vestiging zat en zo ja, waarom met die franchisenemer is gebroken. Een andere nieuwe verplichting die bij invoering van de wet op de franchisegever komt te rusten, is de verstrekking van gegevens over de potentie van de vestiging. De franchisegever zal, als het aan de wetgever ligt, aan een prognoseplicht moeten voldoen. Volgens vaste rechtspraak bestaat die verplichting nu niet. Weliswaar geven veel franchisegevers een omzetprognose – vooral ook om franchisenemers in spe aan zich te binden – maar dat hoeft niet. Dat is namelijk ook risicovol. Indien de prognose fouten bevat, kan de franchisenemer de franchisegever onder omstandigheden aansprakelijk houden. Een dergelijke verplichting valt ook moeilijk aan te nemen. Is het immers niet de plicht van de franchisenemer als vrije ondernemer om zelf te onderzoeken, of hij een rendabele onderneming kan draaien?

Daarbij komt dat na het verstrekken van de informatie en de conceptovereenkomst een wachttijd van vier weken in acht moet worden genomen, voordat het contract daadwerkelijk wordt gesloten en van kracht wordt. Zo’n wachttijd bestaat nu niet. Sterker nog, er bestaat überhaupt geen wachttijd en menigmaal wordt een relatie al aangegaan, voordat deze schriftelijk is vastgelegd.

Een andere nieuwigheid is de plicht voor de franchisegever om eerst toestemming van de franchisenemers of franchisenemervereniging te krijgen voordat hij concurrerende activiteiten gaat ontplooien. Het wetsvoorstel vermeldt dit niet, maar overduidelijk heeft de wetgever hier het oog op partijen als Albert Heijn, die de verkoop via hun onlinekanalen niet (volledig) met hun franchisenemers delen. Het wetsvoorstel vormt een stijlbreuk met de bestaande rechtspraak, die bepaalt dat in een dergelijk geval de franchisenemers geen aanspraak hebben. Als zij willen meeprofiteren van online verkopen door de franchisegever, hadden zij dat contractueel moeten bedingen.

Een laatste nieuwigheid is de verplichting die aan franchisegevers zal worden opgelegd om aan de franchisenemer na het einde van een franchiseovereenkomst een goodwillvergoeding te betalen. De wetgever onderbouwt deze plicht door aan te geven dat het aan de franchisenemer ligt dat een winkel in een bepaald dorp of een bepaalde stad goed draait. Dit is een gevoelig punt. Het gaat om de klassieke discussie of het draait om de vent of de tent. De franchisenemer zal zeggen dat het om de vent draait: zijn inspanningen hebben voor mooie cijfers gezorgd. De franchisegever zal zeggen dat het aan de tent ligt: het succes van de winkel komt door de formule en het merk van de franchisegever: die zorgen voor aantrekkingskracht. Ook hier mist de wetgeving cijfermatige onderbouwing, zodat het onmogelijk is vast te stellen wie gelijk heeft. De wetgever had die discussie beter kunnen vermijden en het moeten houden bij de huidige stand van zaken: in beginsel wordt geen goodwillvergoeding betaald, maar de franchisegever moet bij opzegging een redelijke termijn in acht nemen en is eventueel een schadevergoeding aan de franchisenemer verschuldigd, indien de redelijkheid en billijkheid dat eisen. Daarbij kan dan rekening worden gehouden met de meerwaarde die de franchisenemer heeft gecreëerd.

Slotsom

Het wetsvoorstel is zeker nog niet voldragen en vormt een ernstige stijlbreuk met de bestaande praktijk. Voordat het voorstel wet is, zal het nodige moeten gebeuren. Toch kan het geen kwaad het wetsvoorstel in de gaten te houden. Indien het wordt ingevoerd, zullen bestaande contracten moeten worden aangepast en modellen voor nieuwe contracten moeten worden gemaakt. La Gro Geelkerken Advocaten houdt zich nauw bezig met de wetgeving en zal de wetgever commentaar en adviezen geven. Daarbij zullen wij u direct adviseren als het wetsvoorstel zo ver is dat het uw dagelijkse business beïnvloedt.


Meer informatie

Voor meer informatie kunt u gerust contact opnemen met mr. drs. Jan Spanjaard via telefoonnummer 0172 - 503228 of per e-mail j.spanjaard@lgga.nl.

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.