Top 3 gezochte pagina's

Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
6 augustus 2015 | Publicatie
Door: Adriaan Norenburg

Financieel adviseurs nog sneller strafbaar

Fiscale delicten kunnen strafrechtelijk (door het Openbaar Ministerie) of bestuursrechtelijk (door de belastingdienst) worden aangepakt. De keuze is voornamelijk afhankelijk van de hoogte van het fraudebedrag, grotere fraudes worden door het Openbaar Ministerie aangepakt, minder zware gevallen door de belastingdienst.

Sinds eind jaren ’90 is een tendens ingezet waarbij niet alleen de belastingplichtige in geval van een fiscaal delict strafrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk wordt aangepakt, maar ook diens financieel adviseur, indien deze van het delict op de hoogte was en daar actief of passief aan heeft bijgedragen.

Tot 1 juli 2009 was er tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke (fiscale) aanpak een bijzonder verschil, dat met name voor financieel adviseurs van belang was. In het bestuursrecht kende men tot deze datum namelijk het begrip “medeplegen” niet, waardoor in het bestuursrecht enkel aan de belastingplichtige een fiscale (bestuurlijke) boete kon worden opgelegd. In het strafrecht kunnen bij fiscale delicten betrokken financieel adviseurs al sinds jaar en dag (als pleger maar ook bijvoorbeeld als medepleger) vervolgd worden.

Op 1 juli 2009 werd het begrip medeplegen ook ten aanzien van de bestuursrechtelijke aanpak van fiscale delicten geïntroduceerd. Bestuurlijke boetes, waaronder fiscale vergrijp- en verzuimboetes, kunnen sindsdien dus óók worden opgelegd aan degene die zo’n delict medepleegt.

Op 1 januari 2014 werd de groep personen die in het kader van de fiscale wetgeving met een bestuurlijke boete kunnen worden geconfronteerd, verder uitgebreid. Ook het doen plegen, uitlokking en medeplichtigheid van fiscale delicten werd bestuursrechtelijk beboetbaar gesteld. Hiermee waren alle strafrechtelijke deelnemingsvormen ook in het kader van fiscale delicten van toepassing geworden.

Het verschil tussen beide afdoeningsmodaliteiten is nu nog vooral gelegen in de soort sancties die kunnen worden opgelegd, het feit dat strafzaken openbaar zijn en het feit dat een strafrechtelijke veroordeling aan de afgifte van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) in de weg kan staan.

Het Protocol afdoening fiscale delicten vervangt Richtlijnen AAFD
Ten behoeve van de per zaak te maken keuze tussen de afdoening via het bestuursrecht dan wel via het strafrecht zijn door het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst diverse richtlijnen uitgevaardigd. Aanvankelijk waren dit de Aanmeldings-, transactie- en vervolgingsrichtlijnen (ATV), die in 2011 vervangen zijn door de Richtlijnen Aanmelding en afhandeling fiscale delicten (AAFD).

Per 1 juli 2015 zijn de Richtlijnen AAFD op hun beurt weer vervangen door het Protocol AAFD (Stcrt, 2015, 17271).

In dit Protocol vallen een aantal dingen op.
In de eerste plaats wordt nog duidelijker dan voorheen benadrukt dat het strafrecht niet slechts het sluitstuk van de rechtshandhaving is, maar veel vaker wordt ingezet als preventiemaatregel. Hierbij kan dan worden gedacht aan het ook in lichtere zaken vervolgen van personen met fiscale expertise, of van personen met een voorbeeldfunctie, indien dat naar beroepsgenoten een preventieve werking zou kunnen hebben.

In de tweede plaats is opvallend dat in het Protocol het fiscale nadeel, waarboven strafrechtelijke afdoening geïndiceerd is, verlaagd is naar € 100.000,--. Als andere omstandigheden van de zaak (zoals bijvoorbeeld de voorbeeldfunctie van de betrokkene) daartoe aanleiding geven kan ook indien sprake is van een lager fiscaal nadeel, toch strafrechtelijke vervolging plaatsvinden.

In de derde plaats springt in het oog dat in het Protocol als andere omstandigheid, op grond waarvan ook bij een lager fiscaal nadeel voor strafrechtelijke afdoening kan worden gekozen, expliciet wordt benoemd de medewerking aan de overtreding van adviseurs, deskundige derden of douane-expediteurs.

In het Protocol is onder de kop “Aanvullende wegingscriteria” bepaald:

“f. Medewerking van adviseur, deskundige derde of douane-expediteur.

Dit criterium is van groot belang, omdat het gaat om een situatie waarin het vertrouwen van de overheid wordt misbruikt. Een reden te meer om dit misbruik aan te pakken is dat de Belastingdienst adviseurs en douane-expediteurs (vergaande) faciliteiten toekent of met hen afspraken maakt over horizontaal toezicht. De Belastingdienst moet de vaststelling dat de adviseur, deskundige derde of douane-expediteur vermoedelijk op de hoogte was van de fraude én daaraan actief dan wel passief zijn medewerking verleende, met aanwijzingen onderbouwen. Daarbij hoeft niet komen vast te staan dat sprake is van een verdachte.”

Duidelijk is dat met name het vertrouwen dat de overheid in de fiscaal-specialist moet kunnen stellen als een belangrijke factor wordt beschouwd. Ook opmerkelijk is dat er voor kan worden gekozen enkel de adviseur strafrechtelijk te vervolgen, dus zonder dat vervolging van belastingplichtige zelf plaats vindt.

Met dit Protocol wordt de trend om behalve de frauderende belastingplichtige ook diens adviseurs bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk aan te pakken weer verder doorgezet. Fiscale en financiële adviseurs zullen daarom nog kritischer dan voorheen hun cliënten en diens wensen moeten beoordelen. Het tè voortvarend meedenken kan zomaar tot strafrechtelijke aansprakelijkheid leiden.

Contact
Mocht u naar aanleiding van het vorenstaande nog vragen hebben, neem dan contact op met Adriaan Norenburg van La Gro Advocaten via telefoonnummer 0348-418780 / 06-51322163 of e-mail anorenburg@lagrolaw.nl.