3 januari 2017 | Publicatie
Bron: Rijnstreek Business
Door: Jan Spanjaard

Gedachteloos overschrijven is zitten blijven

Mijn moeder vroeg geregeld aan me: “Als Mark in de sloot springt, doe jij dat dan ook?”, als ik weer eens wat wilde wat een vriendje ook mocht, maar waar moeders op tegen was. Hoe oneerlijk het toen ook voelde, dwong het mij altijd tot nadenken en het bepalen van mijn eigen positie. Hersenloos na-apen was in ieder geval niet goed.

Datzelfde gezegde geldt als in een contract gedachteloos bepalingen worden ingevoegd die in andermans contract wel mooi stonden. Te vaak komt het voor dat de bepalingen die in andermans contract hun nut hadden, volstrekt averechts uitpakken in uw contract. “Zo’n vaart zal het toch niet lopen”, denkt u wellicht. Voorbeelden van dergelijke bepalingen – die in jargon “boilerplates” – heten, zijn:
- “no oral modification”: wijzigingen zijn pas geldig als zij in een door partijen ondertekend schriftelijk document zijn vervat;
- “entire agreement”: de rechten en verplichtingen kunnen uitsluitend uit het contract worden gekend; eerdere contracten en afspraken binden niet (langer);
- “salvation”: indien enig onderdeel van de overeenkomst nietig is of vernietigd wordt, tast dat de geldigheid van de overige bepalingen niet aan; de overeenkomst blijft zonder die bepalingen voortbestaan.

Dergelijke bepalingen zijn niet zonder risico. Wat te denken van de oliemaatschappij die met een pompstationhouder een overeenkomst voor onbepaalde tijd sluit met betrekking tot het pompstation waarvan hij eigenaar is, waarin de pompstationhouder zich verplicht uitsluitend motorbrandstoffen van de oliemaatschappij te betrekken. Er bestaat gerede kans dat die overeenkomst nietig is, wegens strijd met het mededingingsrecht. Natuurlijk, dit vergt een uitgebreid economisch onderzoek, maar laten we aannemen dat de overeenkomst niet door de beugel kan en dat partijen de kwestie aan de rechter voorleggen. De oliemaatschappij kan dan betogen dat de overeenkomst zonder exclusiviteitsbeding voor haar geen zin heeft en dat zij vindt dat de overeenkomst als geheel moet komen te vervallen.

De rechter zal in een voorkomend geval moeten kijken, of die nietigheid dan de hele overeenkomst raakt, of alleen de bepaling waarin de pompstationhouder zich verplicht uitsluitend bij de oliemaatschappij zijn producten te betrekken. Daarbij moet de rechter acht slaan op alle omstandigheden van het geval, waaronder de inhoud van de afspraken die partijen met elkaar hebben gemaakt. De richting die de Hoge Raad meegeeft, is dat overeenkomsten zoveel mogelijk in stand moeten blijven.

Als een van die afspraken is dat de nietigheid van één of meer bepalingen de geldigheid van de overige bepalingen in de overeenkomst niet aantast en dat de overeenkomst voor het overige blijft voortbestaan (u leest inderdaad de “salvation” bepaling), is dat natuurlijk het handvat voor de rechter om alleen het exclusiviteitsbeding weg te strepen. Dan is de oliemaatschappij behoorlijk in de aap gelogeerd en dat waarschijnlijk omdat de bepaling zonder na te denken in het contract is gevoegd.

Contracten schrijven blijft daarom maatwerk en nadenkwerk. Onnadenkend gebruik maken van andermans sjablonen kan meer kapot maken dan u lief is.