2 maart 2017 | Publicatie
Door: Angela Mekes

Ontslag op staande voet bij een onschuldige kleine diefstal: de bagatel-zaak

Een medewerker van een supermarkt had één pak Optimel, waarvan de houdbaarheidsdatum al was verstreken, meegenomen. Ook een restje zalmsalade, dat was overgebleven na een personeelsbarbecue, nam hij mee naar huis. De werkgever accepteert deze handelswijze niet en ontslaat de werknemer op staande voet. De kantonrechter Amsterdam geeft de werkgever gelijk.

Van belang in deze kwestie is dat in het bedrijfsreglement van de supermarkt expliciet is opgenomen, dat het niet is toegestaan om (onbetaalde) producten te nuttigen of mee naar huis te nemen. Dat geldt voor alle producten, ook voor producten met weinig waarde of bedorven waar. Dit wordt aangemerkt als diefstal en kan leiden tot ontslag op staande voet.

Officiële waarschuwing
De betreffende werknemer had al eerder een laatste officiële waarschuwing gekregen, omdat hij kaaskruimels van kaasbroodjes opspaarde en meenam naar huis voor eigen gebruik. Doordat er reeds een laatste waarschuwing was gegeven, kon de werkgever dus niet anders dan de werknemer – bij de geconstateerde volgende overtreding - op staande voet ontslaan. De kantonrechter hechtte ook waarde aan de precedentwerking. Een supermarkt heeft te maken met een sterk verhoogd diefstalrisico. Ter voorkoming van precedenten, moet de werkgever met strikte procedureregels werken. Het laten ontstaan van een “grijs gebied” voor bijvoorbeeld producten, die net over de datum zijn, is onwerkbaar. Het meenemen van het pak Optimel en de zalmsalade - ook al zouden deze producten worden weggegooid - rechtvaardigde in deze zaak aldus het ontslag op staande voet.

Onherstelbare vertrouwensbreuk
Het is niet nieuw dat een ontslag op staande voet terecht kan worden gegeven bij ogenschijnlijke kleine overtredingen. We kenden al de terecht ontslagen medewerker, die een handje nootjes at uit een retour gekomen en reeds aangebroken zakje pinda’s, de werkneemster die € 0,50 in haar broekzak deed in plaats van in de kassa of de fooienpot en ook een ontslag van een medewerkster van een warenhuis, die na een uitverkoop onverkochte en afgeschreven artikelen voor eigen gebruik meenam, hield stand. Het gaat erom dat de diefstal een onherstelbare vertrouwensbreuk veroorzaakt. Daarbij doet de waarde van het gestolen goed niet ter zake.

Voorop staat bij deze zogenaamde “bagateldelicten” duidelijk wel dat niet alleen het bestaan van strikte procedureregels van belang is. Ook het (herhaaldelijk) kenbaar maken van het beleid aan het personeel en de consequente handhaving van het beleid spelen een grote rol bij het antwoord op de vraag of voor ogenschijnlijk kleine diefstallen een ontslag op staande voet terecht kan worden gegeven.

Zoals bij iedere toetsing van ontslag op staande voet, blijven voorts alle omstandigheden van het geval van belang, zoals de aard en duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer, of de werknemer eerder is berispt etc. Deze omstandigheden kunnen dus ook bij bagatel-zaken ertoe leiden dat een ontslag op staande voet een te zware sanctie is en geen standhoudt. Het is daarom raadzaam om voordat u tot ontslag op staande voet beslist altijd uw advocaat te raadplegen.

Kantonrechter Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2017, ECLI

Voor meer informatie over kunt u contact opnemen met mr. Angela Mekes, telefoonnummer 0182 - 518433, e-mail: amekes@lagrolaw.nl.