26 juni 2017 | Publicatie
Bron: E-Nieuwsbrief juli 2017
Door: Gerben Barendrecht

Projectvennootschap biedt geen garantie tegen aansprakelijkheid

In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat voor bepaalde projecten of opdrachten een zogenaamde "projectvennootschap" wordt opgericht waarin het project wordt gerealiseerd. In een arrest van 24 maart 2017 bevestigde de Hoge Raad dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn, indien hij nalaat voldoende middelen in deze projectvennootschap in te brengen om haar verplichtingen te kunnen nakomen.

Casus [1]
Hanzevast en G4 hebben langdurig onderhandeld over de koop door Hanzevast van kantoorruimte in Euroborg. Op enig moment ontstaat discussie over de vraag of overeenstemming is bereikt. Hanzevast, de projectvennootschap, stelt zich op het standpunt dat geen overeenstemming is bereikt over een koopovereenkomst. Voor zover wel overeenstemming zou zijn bereikt stelt Hanzevast dat G4 tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen en ontbindt zij de overeenkomst. Uiteindelijk komt in een procedure vast te staan dat Hanzevast ten onrechte de overeenkomst heeft ontbonden en dat zij gehouden is de schade van G4 te vergoeden. Hanzevast is evenwel een lege vennootschap en biedt geen verhaal voor de schadevordering van G4.

Bestuurdersaansprakelijkheid
G4 stelt de bestuurder van Hanzevast aansprakelijk voor de schade die zij lijdt. Een bestuurder is niet snel aansprakelijk voor een tekortkoming van een vennootschap. Het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen van de vennootschap. Onder bijzondere omstandigheden kan ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap. Deze hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door het feit dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelen van de vennootschap en door het maatschappelijke belang dat voorkomen moet worden dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen[2].

De bestuurder moet een zogenaamd ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Van een ernstig verwijt kan sprake zijn indien een bestuurder wist of had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade[3].

In deze zaak zijn partijen overeengekomen dat de bestuurder van Hanzevast de projectvennootschap zou voorzien van geld op het moment van levering en zou zorgdragen dat Hanzevast de met G4 gesloten overeenkomst zou nakomen.

Hanzevast is evenwel de overeenkomst niet nagekomen maar heeft - ten onrechte - de ontbinding ingeroepen. Het gerechtshof oordeelt dat het onrechtmatig is indien de bestuurder in strijd van de overeenkomst Hanzevast op het moment van levering niet zou hebben voorzien in de financiële middelen om haar in staat te stellen de overeenkomst met G4 na te komen. In het verlengde daarvan ligt het dat ook niet kan worden aanvaard dat de bestuurder de projectvennootschap niet van financiële middelen voorziet, indien de projectvennootschap door een ongegronde ontbinding niet nakomt en de schade van haar wederpartij niet vergoedt. De bestuurder wordt hiervan een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt.

Deze uitspraak is in lijn met andere rechtspraak van de Hoge Raad over projectvennootschappen en kostenvennootschappen. Bij kostenvennootschappen moet u denken aan bijvoorbeeld een B.V. waarin al het personeel is opgenomen dat aan andere vennootschappen in een groep ter beschikking wordt gesteld. In deze Personeels B.V. worden enkel kosten gemaakt. De Personeels B.V. heeft geen directe inkomsten en is voor haar inkomsten volledig afhankelijk van de groepsvennootschappen. Onder deze omstandigheden kan aansprakelijkheid voor een bestuurder ontstaan indien zij de kostenvennootschap niet van financiële middelen voorziet om haar verplichtingen na te komen. Daarbij is onder meer van belang of de groepsvennootschappen bij crediteuren het vertrouwen hebben gewekt de verplichtingen van de kostenvennootschap na te zullen komen.

Indien u werkt met projectvennootschappen of kostenvennootschappen is het van belang alert te zijn op de verwachtingen die u als bestuurder wekt bij de (contractuele) wederpartijen van de project- of kostenvennootschap.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen met de sectie Ondernemingsrecht van La Gro Advocaten, mr. drs. Gerben Barendregt, telefoonnummer: 0172 503282, e-mail: gbarendregt@lagrolaw.nl.



[1] Hoge Raad 24 maart 2017 ECLI:NL:HR:2017:484

[2] Hoge Raad 20 juni 2008 ECLI:NL:AR:2008:BC4959

[3] Hoge Raad 8 december 2006 ECLI:NL:AR:2006:AZ0758