5 januari 2016 | Publicatie
Bron: E-Nieuwsbrief januari 2016
Door: Angela Mekes

Schade geleden als aandeelhouder of vennoot? Het wordt er niet makkelijker op

Sinds het arrest van de Hoge Raad uit 1994 (Poot/ABP) is duidelijk dat wanneer er schade is toegebracht aan een vennootschap, dit niet per definitie betekent dat de aandeelhouders van die vennootschap ook schade hebben geleden. Zij kunnen weliswaar menen dat de waarde van hun aandelen is verminderd, maar dat is slechts “afgeleide schade” en die komt niet voor vergoeding in aanmerking. De aandeelhouder heeft enkel een zelfstandig recht om schadevergoeding van de veroorzaker te verlangen, wanneer de schade het gevolg is van schending van een jegens hem geldende specifieke zorgvuldigheidsverplichting. De rechtspraak leert dat van een dergelijke zorgvuldigheidverplichting niet snel sprake is.

Afgeleide schade aandeelhouder OADZo is daar recent door de Rechtbank Midden-Nederland nog over geoordeeld in het faillissement van het OAD-concern. De aandeelhouder meende dat de Rabobank het faillissement van OAD heeft veroorzaakt en daarmee ook verantwoordelijk is voor het waardeloos worden van de aandelen. Aangezien de aandeelhouder zich ook besefte dat schade in de vorm van waardevermindering van aandelen niet snel voor vergoeding in aanmerking komt, heeft zij haar vordering ingekleurd door te zeggen dat de Rabobank een zorgvuldigheidsverplichting heeft geschonden. Kort gezegd zou de Rabobank rechtstreeks onrechtmatig jegens de aandeelhouder hebben gehandeld door geen krediet ter beschikking te stellen aan OAD, terwijl de bank bij de aandeelhouder wel de verwachting had gewekt dit te zullen doen na de verlangde kapitaalversterking.

De rechtbank is kort en meent dat de Rabobank bij de aandeelhouder helemaal geen verwachting heeft kunnen wekken, omdat zij haar brief waarin om kapitaalversterking werd verzocht aan de OAD-vennootschappen heeft gericht en niet aan de aandeelhouder. De aandeelhouder heeft dus slechts “afgeleide schade” en daarmee strandt de vordering.

Afgeleide schade bij personenvennootschappenNieuw is echter, dat de beperking van de mogelijkheid om schade vergoed te krijgen, ook geldt voor vennoten van een commanditaire vennootschap (en andere personenvennootschappen). Aan de andere kant is dit ook weer niet bijzonder verrassend. Steeds vaker wordt al aangenomen dat een personenvennootschap, zoals een vof of cv, weliswaar geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar wel als een zelfstandigheid rechtssubject aan het handelsverkeer deelneemt. Zij is dan een eigen drager van rechten en plichten met een afgescheiden vermogen.

Dan is de vervolgstap ook niet meer zo ver en die stap heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 6 oktober 2015 ook gezet. Waar in het verleden veelal versmelting van het vermogen van de personenvennootschap en de afzonderlijke vennoten werd aangenomen, waardoor schade die was toegebracht aan de vennootschap ook automatisch betekende dat de afzonderlijke vennoten schade hadden geleden, lijkt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden door deze redenering een streep te hebben gezet. Het hof heeft namelijk geoordeeld dat wanneer het handelen van een derde de vermogenspositie van de CV (lees: personenvennootschap) heeft verslechterd, er sprake is van schade van de CV en niet zondermeer ook van de individuele vennoot. Zelfs niet als de schade door de andere vennoot is veroorzaakt, tenzij blijkt dat de ene vennoot een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens de andere heeft geschonden. Die schending nam het Gerechtshof in deze casus in ieder geval niet aan, maar mogelijk zit daar muziek in voor de toekomst. Een personenvennootschap kent immers een ander karakter – en ook andere regels – dan een BV. Daarom hoeft het leerstuk van de “afgeleide schade”, zoals de Hoge Raad dat voor de BV heeft geformuleerd, niet per definitie volledig hetzelfde op de personenvennootschappen te worden toegepast. De toekomstige rechtspraak zal leren of er toch nuances komen.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben, neem dan contact op met Angela Mekes van La Gro Advocaten via telefoonnummer 0182–518433 of e-mail amekes@lagrolaw.nl.