31 maart 2022

De wet toetreding zorgaanbieders

Op 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking getreden. Deze wet brengt verschillende verplichtingen voor zorgaanbieders met zich mee. Het introduceert tevens een nieuwe vergunningsprocedure dat het huidige toelatingssysteem onder de Wet toelating zorginstellingen (hierna: WTZi) vervangt. Het hoofddoel van de Wtza is een verbetering van de zorgkwaliteit. In deze bijdrage staat Michelle Collins stil bij de belangrijkste verplichtingen uit de Wtza: de meldplicht, de vergunningsplicht, het interne toezicht en de jaarverantwoording.

Meldplicht

De Wtza introduceert een (eenmalige) meldplicht voor zorgaanbieders die zorg verlenen als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (hierna: Wkkgz).

  • Nieuwe zorgaanbieders moeten zich (eenmalig) voor aanvang van de zorgverlening melden bij een digitaal portaal van het CIBG waar diverse vragen ingevuld moeten worden. Bij de melding wordt gewezen op de kwaliteitseisen waaraan moet worden voldaan. Het doel van de Wtza is om alle zorgaanbieders beter in beeld te krijgen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
  • Reeds bestaande zorgaanbieders die zorg verlenen bij of krachtens de Wkkgz moeten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de wet voldoen aan de meldplicht. Dit betekent dat bestaande zorgaanbieders uiterlijk 30 juni 2022 aan de meldplicht moeten voldoen.

Van de meldplicht zijn enkele categorieën zorgaanbieders uitgesloten, zoals apotheken en Regionale Ambulancevoorzieningen.

Vergunningsplicht

Voor sommige zorgaanbieders geldt dat een Wtza-vergunning nodig is. Dit geldt voor:

  • Instellingen die medisch specialistische zorg (doen) verlenen;
  • Instellingen met meer dan tien zorgverleners die zorg (doen) verlenen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg.

Als een zorginstelling al over een WTZi-toelating beschikt, dan wordt die van rechtswege omgezet in een Wtza-vergunning. Zorginstellingen die op grond van de WTZi van rechtswege zijn toegelaten (bijvoorbeeld huisartsenpraktijken) of zorginstellingen die onder de WTZi geen toelating nodig hadden, maar op grond van de Wtza wel over een Wtza-vergunning dienen te beschikken, hebben twee jaar de tijd om een vergunning aan te vragen, dus uiterlijk vóór 1 januari 2024.

Mocht een zorgaanbieder op enig moment ná 1 januari 2022 het aantal van tien zorgverleners overschrijden (bijv. van 8 naar 11 zorgverleners) met als gevolg dat de zorgaanbieder op grond van bovenstaande vereisten over een vergunning behoort te beschikken, dan dient de zorgaanbieder binnen zes maanden nadat de overschrijding van het aantal van tien zorgverleners ontstaat een vergunning aan te vragen.

Intern toezicht

Een vergunningplichtige zorginstelling dient in beginsel op grond van de Wtza te beschikken over een onafhankelijke interne toezichthouder (bijvoorbeeld een Raad van Toezicht). De interne toezichthouder staat onder andere de dagelijkse of algemene leiding van een zorginstelling met raad bij.

Jaarverantwoording, transparantie van financiële bedrijfsvoering en gebruik van derivaten

Per 1 januari 2022 is ook de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking getreden. Deze wet regelt de wijzigingen van andere wetten, zoals de Wet toelating zorginstellingen, de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wkkgz, die door de invoering van de Wtza zijn aangepast. Zo zijn de transparantieverplichtingen ten aanzien van de financiële bedrijfsvoering en de jaarverantwoording op grond van de Awtza opgenomen in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Door het onderbrengen van die verplichtingen in de Wmg hebben de transparantieverplichtingen een breed toepassingsbereik omdat die verplichtingen in beginsel van toepassing zijn op alle zorgaanbieders in de zin van de Wmg. Een zorgaanbieder onder de Wmg is iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent. Tevens is er in de Wmg een nieuwe regeling ingevoerd met betrekking tot het aantrekken van financiële derivaten. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke financiële derivaten een zorgaanbieder voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden mag aantrekken.

Meer weten?

Neem dan contact op met Michelle Collins - specialist gezondheidsrecht, zij staat u graag te woord.

Auteur
Mr. M.M. (Michelle) Collins

Advocaat

Bel Michelle Collins