6 mei 2019

Raad van State maakt einde aan verkapte aanvragen om omgevingsvergunning

De Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) kent als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning wordt voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure op grond van paragraaf 3.2 Wabo. De beslistermijn is 8 weken en bij het ongebruikt laten verstrijken van die termijn ontstaat een vergunning van rechtswege op grond van de lex silencio positivo uit de Awb.

Vergunning met een "truc"

Als er geen strijd bestaat met het vigerende bestemmingsplan is een vergunning van rechtswege niet bezwaarlijk, maar dat kan voor het bevoegd gezag anders liggen als er wel strijd bestaat met het bestemmingsplan en die strijdigheid kan worden opgelost met een binnenplanse afwijkingsregel of met een buitenplanse afwijking met behulp van artikel 4 bijlage II bij het Besluit Omgevingsrecht (de zogenaamde kruimelgevallenregeling). Op de twee laatst genoemde aanvragen om een omgevingsvergunning is eveneens de reguliere procedure van toepassing en het college van Burgemeester & Wethouders dient dan alert te zijn op een aanvraag om een omgevingsvergunning. In de praktijk kwam het met regelmaat voor dat bezwaarmakers tegen een handhavingsbesluit de “truc” uithaalden om in hun bezwaarschrift tussen de regels door het college te vragen om een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld strijdig gebruik of een bijbehorende bouwwerk. Als het college dan onvoldoende alert was op een dergelijke verkapte aanvraag, ontstond een vergunning van rechtswege en was het college afhankelijk van bezwaren van belanghebbenden, zodat via die weg de vergunning alsnog kon worden herroepen.

Optreden tegen misbruik

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) is van oordeel dat een aanvraag niet hoeft te geschieden krachtens de voorgeschreven weg in de Wabo (via het Omgevingsloket online of met gebruikmaking van een voorgeschreven formulier) maar dan moest wel sprake zijn van een evidente aanvraag. In haar uitspraken van 20 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:829) en 27 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:850) heeft de Afdeling bepaald dat alleen sprake is van een evidente aanvraag als die aanvraag hetzij geschiedt volgens de in de Wabo voorgeschreven weg hetzij is neergelegd in een zelfstandig stuk waaruit meteen duidelijk is voor het bestuursorgaan dat wordt verzocht om een omgevingsvergunning. Misbruik maken van de regeling ter verkrijging van een vergunning van rechtswege is niet de bedoeling en is niet meer mogelijk.

Nieuwe situatie door Omgevingswet

Als de Omgevingswet inwerking treedt komt er overigens een einde aan de omgevingsvergunning van rechtswege. De vraag of er sprake is van een aanvraag blijft wel relevant, alleen al vanwege de vraag of een bestuursorgaan in gebreke kan worden gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

Vragen?

Heeft u vragen over dit onderwerp. Neem dan contact op met Hans Turenhout via 071-5124443 of j.turenhout@lgga.nl.

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.