Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
1 februari 2021

Van de Wob naar de Woo

Het belang van een goede informatiehuishouding en een adequate informatievoorziening door de overheid is sinds de toeslagenaffaire actueler dan ooit. De openbaarheid van overheidsinformatie wordt op dit moment nog geregeld door de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De verwachting is dat de Wob begin 2022 wordt vervangen door een geheel nieuwe wet: de Wet open overheid (Woo). De eerste stap daartoe is gezet nu de Tweede Kamer op 26 januari 2021 het wetsvoorstel heeft aangenomen. Benieuwd wat dit voor u gaat betekenen? Lees verder om meer te weten te komen over belangrijke veranderingen die op stapel staan.

Actieve openbaarmakingsplicht

Bij de Wob ligt momenteel de nadruk op passieve openbaarmaking. Dat wil zeggen dat bestuursorganen pas tot openbaarmaking overgaan indien een Wob-verzoek is ingediend. De initiatiefnemers van het voorstel tot de Woo willen een cultuurverandering teweegbrengen waarbij bestuursorganen veel vaker uit eigen beweging overgaan tot openbaarmaking van informatie. Het idee hierachter is dat een transparantere overheid de controle op de democratische bestuursvoering ten goede komt.

De meest belangrijke koerswijziging is dan ook de invoering van een actieve openbaarmakingsplicht. In artikel 3.3 van de Woo is een uitputtende lijst opgenomen met documenten die bestuursorganen uit eigen beweging openbaar moeten maken. Overigens bestaat die verplichting niet gelijk voor alle opgesomde documenten. Voornoemd artikel treedt namelijk gefaseerd in werking. Door het ontbreken van terugwerkende kracht bestaat daarnaast geen openbaarmakingsplicht ten aanzien van documenten die zijn opgesteld of ontvangen voor de inwerkingtreding van die openbaarmakingsplicht.

Verstrekking in elektronische vorm

In het kader van de Wob vindt openbaarmaking vaak nog plaats door het verstrekken van uitgeprinte documenten. Onder de Woo wordt dit verleden tijd nu de verstrekking van documenten in elektronische vorm moet gaan plaatsvinden. In artikel 2.4 van de Woo is bepaald dat verstrekte documenten met algemeen gebruikelijke en (zo mogelijk) gratis beschikbare software moeten kunnen worden geopend. Alleen als elektronische verstrekking echt niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om bijvoorbeeld een papieren kopie van de documenten te verstrekken.

Bij wijziging van het wetsvoorstel op 11 januari 2021 is toegevoegd dat voor de uitvoering van de actieve openbaarmakingsplicht alle bestuursorganen gebruik moeten maken van één digitaal platform. Dit is geregeld in artikel 3.3b van de Woo. Dit zogenoemde Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) wordt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontwikkeld en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie makkelijk vindbaar en doorzoekbaar is. Dit heeft als bijkomend voordeel dat bestuursorganen geen kosten kwijt zijn aan het ontwikkelen van een eigen platform.

Zorgplicht

Op bestuursorganen gaat een zorgplicht rusten om maatregelen te treffen om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. Dit is geregeld in artikel 2.4 en 6.1 van de Woo. Kort gezegd heeft dit tot gevolg dat bestuursorganen ervoor moeten zorgen dat documenten zich in een goede, geordende en toegankelijke staat bevinden. Bovendien moet het bestuursorgaan bij openbaarmaking van informatie ervoor zorgen dat die informatie actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.

De initiatiefnemers erkennen dat bestuursorganen niet van de ene op de andere dag aan de zorgplicht kunnen voldoen. De implementatie en uitvoering van de zorgplicht vraagt tijd en tevens wordt een centrale aansturing wenselijk geacht. Gelet hierop stelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een meerjarenplan vast waarin stap voor stap wordt aangegeven welke maatregelen moeten worden genomen om digitale documenten te vervaardigen, ordenen, bewaren, vernietigen en ontsluiten.

Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding

Voorts stelt de Woo een adviescollege in, het zogenoemde Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding, dat de uitvoering van voornoemd meerjarenplan moet gaan monitoren. Dit adviescollege zal bestaan uit verschillende deskundigen op het gebied van bijvoorbeeld het openbaar bestuur, bestuursrecht, ICT en archivering. Het adviescollege heeft als taak om de minister te adviseren over aanvullingen en uitwerkingen van het meerjarenplan.

Bij wijziging van het wetsvoorstel op 11 januari 2021 heeft het adviescollege een aanvullende taak gekregen. De initiatiefnemers zijn van mening dat de positie van wetenschappers, journalisten of anderen die een beroepsmatig belang hebben bij het gebruik van publieke informatie moet worden versterkt. Zij krijgen dan ook de mogelijkheid om bij het adviescollege een klacht in te dienen over de afhandeling van een informatieverzoek. In eerste instantie heeft het adviescollege tussen klager en bestuursorgaan een bemiddelende rol. Heeft bemiddeling geen effect dan zal het adviescollege over de klacht adviseren. Dit advies moet het bestuursorgaan vervolgens in zijn beslissing op bezwaar meenemen.

Contactpersoon

Tot slot verplicht artikel 4.7 van de Woo bestuursorganen om een contactpersoon aan te stellen. Deze contactpersoon heeft als taak om burgers op een laagdrempelige wijze te informeren over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. Het idee is dat men daardoor snel kan overzien welke informatie reeds openbaar is gemaakt en waarvoor eventueel nog een informatieverzoek moet worden ingediend. De contactpersoon fungeert daarnaast als vraagbaak en verstrekt in gevallen die zich daartoe lenen ook documenten.

Meer weten?

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande nog vragen? Wilt u weten wat er nog meer gaat veranderen onder de Woo? Of heeft u andere vragen over de openbaarheid van overheidsinformatie? Neem dan contact op met Jos Pfeifer of een van onze andere specialisten van de sectie Overheid. Zij staan u graag te woord.