24 september 2019

Einde slapende dienstverbanden?

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft de Hoge Raad geadviseerd werkgevers een verplichting op te leggen om slapende dienstverbanden onder toekenning van een vergoeding te beëindigen.

In Nederland zijn duizenden slapende dienstverbanden. Hierbij is de werknemer bij zijn werkgever formeel in dienst, maar langer dan twee jaar arbeidsongeschikt. In zo’n geval heeft de werknemer geen recht meer op loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid. Na de invoering van de transitievergoeding hebben veel werkgevers besloten die dienstverbanden niet te beëindigen, omdat zij anders aan de zieke werknemer de transitievergoeding verschuldigd zouden zijn.

Compensatieregeling

Sinds juli 2018 is er een compensatieregeling van kracht geworden, als gevolg waarvan werkgevers de transitievergoeding die zij na twee jaar voortdurende arbeidsongeschiktheid aan de werknemer betalen om het dienstverband te beëindigen (als er aan werknemer geen andere passende functie kan worden aangeboden), gecompenseerd krijgen van het UWV. De verzoeken van werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 bij het UWV worden ingediend.

Advies advocaat-generaal bij de Hoge Raad

De rechtbank Limburg heeft de Hoge Raad een aantal weken geleden vragen gesteld over slapende dienstverbanden. De kernvraag is of werkgevers, mede gelet op de genoemde nieuwe compensatieregeling, gehouden zijn het dienstverband met een slaper te beëindigen.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad, die de Hoge Raad adviseert bij het nemen van beslissingen, heeft zeer recent geoordeeld dat werkgevers inderdaad in beginsel verplicht zijn om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een slapend dienstverband te beëindigen onder betaling van een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding. De advocaat-generaal meent dat, sinds er een wet is waarin werkgevers worden gecompenseerd, het argument dat werkgevers op hogere kosten worden gejaagd niet opgaat. Ook weegt de advocaat-generaal mee dat de wetgever van slapende dienstverbanden af wil.

De advocaat-generaal meent dat alleen als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de werknemer toch in dienst te houden, niet de plicht drukt om op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer mee te werken aan de beëindiging van het dienstverband. Een voorbeeld hiervan is als er een reëel uitzicht is op re-integratie. Het advies van de advocaat-generaal wordt door de Hoge Raad in de meeste gevallen gevolgd.

Gevolgen voor werkgevers

Indien de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal zou overnemen, zou dat voor werkgevers in vrijwel alle gevallen van slapende dienstverbanden betekenen dat werkgevers verplicht worden om, onder betaling van de transitievergoeding, te komen tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de ‘slapers’. In sommige sectoren - zoals bijvoorbeeld de zorgsector - bestaan relatief veel slapende dienstverbanden; de uitspraak van de Hoge Raad kan tot significante (liquiditeits)issues leiden.

In dit verband zijn voor werkgevers een paar dingen van belang:

  1. Per 1 januari 2020 wordt de Wet arbeidsmarkt in balans ingevoerd (WAB). Die wet legt een nieuwe berekening voor de hoogte van de transitievergoeding op. In gevallen die hier aan de orde zijn, zal die nieuwe berekening leiden tot een lagere transitievergoeding dan vóór 1 januari 2020.
  2. Per 1 januari 2020 vervalt de tijdelijke Regeling transitievergoeding oudere werknemers. Onder die regeling kregen werknemers ouder dan 50 en met een dienstverband langer dan 10 jaar een aanzienlijk hogere transitievergoeding.

Het UWV vergoedt aan de werkgever hooguit de transitievergoeding die gold na het doorlopen van twee jaar arbeidsongeschiktheid; een verhoging van de transitievergoeding als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst plaatsvindt, wordt door het UWV niet vergoed. Het UWV vergoedt ook geen hogere vergoeding dan de werkgever in de twee jaar arbeidsongeschiktheid daadwerkelijk aan de werknemer heeft betaald.

Denk vooruit

Deze aandachtspunten maken dat werkgevers er verstandig aan doen bij het maken van afspraken met de ‘slaper’ geen hogere vergoeding te betalen dan de transitievergoeding die gold direct na afloop van de twee jaar arbeidsongeschiktheid. Zolang de daadwerkelijke transitievergoeding op het beëindigingsmoment hoger ligt dan de transitievergoeding die gold direct na de tweejaarstermijn, is het uitdrukkelijke advies die lagere vergoeding af te spreken. Indien de transitievergoeding ten tijde van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst lager is (in verband met de invoering van de WAB) dan de transitievergoeding die gold na twee jaar arbeidsongeschiktheid, is ook het advies om bedoelde lagere wettelijke transitievergoeding af te spreken.

Het vorenstaande brengt mee dat het in de meeste gevallen verstandig is om beëindiging van een slapend dienstverband ná 1 januari 2020 vorm te geven (en dan tegen een lagere transitievergoeding). Werknemers zullen echter willen proberen – met het steuntje in de rug van de advocaat-generaal – werkgevers te dwingen om nog dit kalenderjaar tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen (zodat zij veelal een veel hogere transitievergoeding kunnen krijgen).

Indien werkgever toch met werknemer een afspraak maakt over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in het kalenderjaar 2019 (en de werknemer dus een hogere vergoeding wordt ‘gegund’), zal werkgever in de meeste gevallen die vergoeding van het UWV gecompenseerd kunnen krijgen. De hogere vergoeding toekennen bij een einde per 1 januari 2020 of later is vragen om compensatieproblemen.

Voor de goede orde wordt nog opgemerkt dat bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst waarin een beëindigingsvergoeding wordt vastgelegd, geen rekening behoeft te worden gehouden met de opzegtermijn. Ingeval de beëindiging plaatsvindt na twee jaar arbeidsongeschiktheid; vindt de beëindiging van een dergelijk dienstverband plaats na een procedure bij het UWV, geldt dat wel.

Afwachten uitspraak van Hoge Raad

De advocaat-generaal stelt voor dat een systeem gaat gelden waarbij werkgevers zullen worden gehouden in te gaan op voorstellen van de arbeidsongeschikte werknemer om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen, onder toekenning aan de werknemer van een transitievergoeding die (redelijkerwijs) door het UWV aan werkgever wordt gecompenseerd. Daarmee ondervangt de advocaat-generaal een aantal van de hiervoor genoemde problemen/afstemmingen.

Het is nu afwachten of de Hoge Raad de advocaat-generaal volgt. Duidelijkheid zal naar schatting op een termijn van enkele weken kunnen volgen. Voor nader advies kunt u natuurlijk met ons contact opnemen.

Meer informatie

Heeft u vragen over arbeidsrecht? Neem contact op met mr. Gerard Zuidgeest via 0172- 50 32 35 of g.zuidgeest@lgga.nl.

Auteur
Mr. G.B.M. (Gerard) Zuidgeest

Advocaat & Partner

16 juni 2022

De klachtplicht in het arbeidsrecht

Stel, een werkgever betaalt een onjuist aantal overuren uit. Op grond van de klachtplicht moet de werknemer daarover tijdig klagen. Doet hij dat niet, vervalt zijn aanspraak op uitbetaling van die overuren. De klachtplicht werd in het arbeidsrecht zelden toegepast. Recent heeft het hof Amsterdam hier een uitspraak over gedaan. In deze podcast bespreken we wanneer een beroep op de klachtplicht in het arbeidsrecht kan slagen.
Bel Gerard Zuidgeest