Top 3 gezochte pagina's

Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
19 juli 2018

12.000 euro boete voor verhuur eigen woning via Airbnb

Het verhuren van een woning via Airbnb kan de verhuurder duur komen te staan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft in haar uitspraak van 6 juni 2018 geoordeeld dat een boete van € 12.000,- voor de verhuur van een woning zonder een onttrekkingsvergunning niet onevenredig is.

De verhuur van panden via websites als Airbnb kan leiden tot de nodige problemen. De woningmarkt en leefbaarheid raken verstoord, buurtbewoners ervaren overlast en in enkele gevallen is de verhuur gevaarlijk voor de gebruikers van de panden (denk aan brandgevaar). Enkele gemeenten – in het bijzonder de gemeente Amsterdam – voeren een actief handhavingsbeleid om illegale Airbnb-verhuur tegen te gaan. Zo ook in deze zaak.

Overtreding Huisvestingswet

Op grond van de Huisvestingswet is het verboden om zonder vergunning een woning te onttrekken aan de bestemming ‘bewoning’. Elk ander gebruik dan permanente bewoning is onttrekking. Van permanente bewoning is sprake als de woning wordt gebruikt als hoofdverblijf. Als vuistregel geldt dat een bewoner die ten minste 6 maanden per jaar in een woning woont, daar zijn hoofdverblijf heeft. Bij woningonttrekking zonder vergunning kan een boete worden opgelegd.

Het ging in deze zaak om een woningeigenaar die zijn woning via Airbnb had verhuurd aan toeristen. Dit is aan het licht gekomen na een controle door toezichthouders van de gemeente Amsterdam. De woningeigenaar had zijn hoofdverblijf niet in de woning en stond ten tijde van de controle niet op het adres van de woning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Ook beschikte de woningeigenaar niet over een onttrekkingsvergunning. De gemeente Amsterdam heeft aan de woningeigenaar wegens overtreding van de Huisvestingswet een bestuurlijke boete van € 12.000,- opgelegd.

De woningeigenaar voerde aan dat de boete onterecht is. Hij stelde dat sprake was van vakantieverhuur zodat geen onttrekkingsvergunning nodig was. Daarnaast werd door hem betoogd dat hij ten tijde van de controle weliswaar niet op het adres stond ingeschreven in de BRP, maar dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf in de woning had.

Boete is terecht en niet onevenredig

De Afdeling stelt de gemeente Amsterdam in het gelijk. De Afdeling oordeelt dat de woningeigenaar – door zijn woning te verhuren aan toeristen – de woning heeft onttrokken aan de bestemming ‘bewoning’ in de zin van de Huisvestingswet. Aan de voorwaarden voor vakantieverhuur is volgens de Afdeling niet voldaan nu de woningeigenaar niet op het adres van de woning stond ingeschreven in de BRP. Daarnaast heeft de gemeente aannemelijk gemaakt dat de woningeigenaar zijn hoofdverblijf niet had in de verhuurde woning. De boete is volgens de Afdeling daarom terecht

opgelegd.

De Afdeling acht de boete niet onrechtvaardig en verwijst hiertoe naar haar uitspraak van 11 mei 2016. In deze uitspraak heeft de Afdeling reeds geoordeeld dat een dergelijke hoge boete niet onrechtvaardig is, gelet op het feit dat woningonttrekking – zeker in de gemeente Amsterdam – een urgent maatschappelijk probleem is en dat de boete een afschrikwekkend effect beoogt te hebben. De woningeigenaar is gehouden tot betaling van de boete van € 12.000,-.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De bestuurlijke boetes voor het verhuren van een woning zonder de vereiste onttrekkingsvergunning zijn hoog. Alvorens de woning te verhuren is daarom van belang om na te gaan of een dergelijke vergunning is vereist. Het raadplegen van de (gemeentelijke) regelgeving is hierbij van groot belang. Kortom, opgelet dus als je woonruimte gaat verhuren aan toeristen.

Vragen?

Heeft u vragen over bovenstaande? Neemt u gerust vrijblijvend contact op met mr. Rachida Raddahi via r.raddahi@lgga.nl of via 0172-503250.