Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
Bezig met zoeken...
26 november 2019

Begrenzing van een exploitatiegebied

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een exploitatieplan vernietigd vanwege de gekozen begrenzing. De einduitspraak van 20 november 2019 is relevant voor de praktijk van het gemeentelijk kostenverhaal en de mogelijke invloed daarop door grondeigenaars, ook in de situatie waarin een grondeigenaar mogelijk al eerder een anterieure overeenkomst met de gemeente heeft gesloten.

Planontwikkeling

De uitspraak heeft betrekking op een planontwikkeling waarin is voorzien in een woongebied met daaraan grenzend een supermarktlocatie. Boven de supermarkt komen appartementen. De planontwikkeling is bedoeld ter uitbreiding en versterking van het centrum. Er wordt één stedenbouwkundig geheel nagestreefd. Er is voorzien in herinrichting van het openbaar gebied, de aanleg van openbare parkeerplaatsen en een ontsluitingsweg, die zowel aan de woningen als aan de supermarktlocatie ten dienste staan.

De gemeenteraad heeft voor de volledige ontwikkeling een bestemmingsplan vastgesteld, maar uitsluitend een exploitatieplan voor het woongebied. Kennelijk achtte de gemeenteraad het kostenverhaal vanwege de supermarktlocatie 'anderszins verzekerd'. Dat impliceert dat met de eigenaar van de supermarktlocatie een anterieure overeenkomst was gesloten en/of dat de gemeente zelf eigenaar is van die grond. De raad huldigde blijkens de uitspraak bovendien het standpunt dat de raad bevoegd was het gebied te onderscheiden in twee afzonderlijke exploitatiegebieden.

Tussenuitspraak

De Afdeling had in een tussenuitspraak in deze procedure overwogen dat de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 6.13 van de Wro meebrengt dat een exploitatiegebied zodanig dient te worden begrensd dat gronden, waartussen planologisch of functioneel een duidelijke samenhang bestaat, in één (deel-)exploitatieplan worden begrepen. Indien het daarentegen in een bestemmingsplangebied gaat om in ruimtelijk of functioneel opzicht van elkaar te onderscheiden deelgebieden, kan de raad besluiten om voor elk deelgebied afzonderlijk een (deel-)exploitatieplan vast te stellen.

Deelgebieden niet inzichtelijk

De Afdeling oordeelt dan ook dat de gemeenteraad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat het om - ruimtelijk of functioneel opzicht - onderscheiden deelgebieden zou gaan. In werkelijkheid is immers sprake van één ruimtelijk samenhangend gebied. Dat oordeel lijkt in het belang van de exploitant van de supermarkt, die een grondpositie heeft binnen het plangebied en beroep had aangetekend, omdat de plankosten zoals de ambtelijke kosten vanwege het bestemmingsplan en de kosten voor de ontsluitingsweg en vanwege de inrichting van het openbaar gebied, door dit oordeel immers evenredig dienen te worden verhaald onder zowel de eigenaar(s) van de woningbouwlocatie als onder de eigenaar(s) van de supermarktlocatie.

De vraag werpt zich op hoe dat belang zich verhoudt tot de mogelijk gesloten anterieure overeenkomst. Dat wordt echter uit de uitspraak niet duidelijk omdat de inhoud van die mogelijke overeenkomst geen deel uitmaakt van het beoordelingskader van de Afdeling. Het lijkt erop dat er (nog) geen privaatrechtelijke grondslag is voor kostenverhaal.

Einduitspraak – vernietiging exploitatieplan en schorsing bestemmingsplan

De Afdeling vernietigt niet alleen het exploitatieplan maar schorst tevens het onderliggende bestemmingsplan. De reden daarvoor is dat voor de supermarktlocatie geen exploitatieplan was vastgesteld, terwijl uit de uitspraak volgt dat voor het volledige plangebied inclusief de supermarktlocatie alsnog één exploitatieplan dient te worden vastgesteld. De Afdeling schorst het bestemmingsplan om te voorkómen dat voor de supermarktlocatie omgevingsvergunningen kunnen worden verleend voor de activiteit bouwen (conform het bestemmingsplan) zonder dat hieraan de betaling van een exploitatiebijdrage als voorschrift is verbonden. Daarmee voorziet de Afdeling in een praktische oplossing waarin de wetgever niet heeft voorzien en die eraan bijdraagt dat de gemeente niet met lege handen staat.

Vragen

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met mr. Arjan van Delden via 0172-503250 of a.vandelden@lgga.nl.

Wilt u in de toekomst op de hoogte worden gesteld van onze artikelen en gratis kennissessies? Schrijf u dan hier in voor onze driemaandelijkse nieuwsbrief.