Top 3 gezochte pagina's

Contact

  • Bel 0172 503 250
  • Routebeschrijving
4 augustus 2017 | Publicatie
Door: Pieter van Deurzen

Hoe zit het met de dwingende bewijskracht van overeenkomsten en aktes?

Het Gerechtshof Den Haag wees eerder dit jaar een voor de praktijk interessant arrest over de bewijskracht van aktes (ECLI:NL:GHDHA:2017:382). Uit dit arrest volgt dat partijen risico’s lopen door niet op iedere pagina van een overeenkomst of akte een handtekening of paraaf te zetten.

Het ging in deze zaak om de verkoop van een winkelpand. Het pand werd deels gefinancierd met een geldlening van de verkopende partij aan de koper. Over die geldleningsovereenkomst ontstond tussen partijen een geschil. Volgens de verkoper was de geldlening € 150.000,- hoger dan volgens de koper. Partijen verschilden dus over de inhoud van de overeenkomst: hoeveel geld had de verkoper aan de koper geleend?

Verkoper legde ter onderbouwing van zijn stelling een overeenkomst van geldlening van 2 pagina’s over. Op pagina 1 werd een geldlening van € 150.000,- benoemd. Op pagina 2 stond de handtekening van partijen. Koper stelde in de procedure bij de rechtbank dat de overeenkomst was vervalst. De handtekeningen waren wel echt, maar hoorden niet bij deze overeenkomst volgens de koper.

Aantonen vervalsing
Een akte of overeenkomst die is ondertekend heeft in beginsel dwingende bewijskracht. Volgens de rechtbank volgt daarom uit de wet dat degene die stelt dat een akte (of overeenkomst) is vervalst, dat moet aantonen. Dat had de koper volgens de rechtbank niet gedaan met als gevolg dat de koper werd veroordeeld om aan de verkoper € 150.000,- te betalen. De koper ging van dit vonnis in beroep.

Schriftelijke overeenkomst
Het Hof ging eerst in op de vraag wat een akte is. Dat is volgens de wet een ondertekend geschrift. Volgens het Hof gaat het dan om hetgeen – letterlijk – boven de handtekening staat. Een andere uitleg zou volgens het Hof misbruik in de hand werken. Pagina 1 van de overeenkomst van geldlening was dus volgens het Hof geen akte in de zin van de wet en had daarom geen dwingende bewijskracht in de zin van de wet. Het Hof geeft vervolgens de verkoper de opdracht om – op andere wijze – te bewijzen dat zij € 150.000,- aan koper heeft geleend. De procedure loopt nog, maar het lijkt voor de verkoper verkeerd af te lopen. Zonder schriftelijke overeenkomst lijkt het bewijs niet te leveren met als gevolg dat het waarschijnlijk is te achten dat de vordering van verkoper in hoger beroep wordt afgewezen.

Onderteken alle pagina’s
Een belangrijke tip voor de praktijk is dus het altijd ondertekenen van alle pagina’s van een overeenkomst. Alleen een handtekening op de laatste pagina volstaat niet. Dat geldt dus in het bijzonder ook voor bijvoorbeeld een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst. Dat beding moet schriftelijk worden overeengekomen en staat niet altijd op de laatste pagina van een arbeidsovereenkomst. Met dit arrest in de hand zou een werknemer zich op het standpunt kunnen stellen dat er geen concurrentiebeding is overeengekomen als er geen handtekening of paraaf staat op de pagina waar dat beding is opgenomen. Dat wil een werkgever niet. Ook als het om omvangrijke contracten gaat, zou ik het zekere voor het onzekere nemen en alle (soms tientallen) pagina’s van een handtekening of paraaf voorzien. Liever een lamme hand dan lege handen bij de rechter.

Contact
Heeft u vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met La Gro Advocaten, mr. Pieter van Deurzen, telefoonnummer 0182 - 680232, e-mail: pvandeurzen@lagrolaw.nl.